Dossiers
Geachte heer minister,
In uw antwoorden op een aantal eerdere vragen rond de verplichtingen voor particulieren bij archeologisch onderzoek blijft u rond verschillende aspecten zeer op de vlakte. Ik had dan ook graag extra duiding gehad hierover.
Naar aanleiding van die vaststellingen had ik graag een antwoord gekregen op volgende vragen:
1: Op welke manier zijn in de beheersovereenkomsten met de intergemeentelijke archeologische en onroerend erfgoeddiensten afspraken opgenomen over de adviserende rol met betrekking tot het verplicht opleggen van archeologisch (voor)onderzoek?
2: Wat is de mening van de minister ten aanzien van het feit dat de intergemeentelijke archeologische diensten strengere bepalingen opleggen dan wat gebeurt op Vlaams niveau?
3: Aangezien de bijzondere voorwaarden, zoals u aangeeft in uw antwoord op de tweede vraag (SVOU 112), moeten worden bekrachtigd door het agentschap Onroerend Erfgoed, kan bezwaarlijk worden gesteld dat hier enkel de gemeentelijke autonomie speelt. Op basis van welk juridisch kader werden de bijzondere voorwaarden, die afwijken van de normale principes, geëvalueerd en goedgekeurd?
4: Is de minister van mening dat ook aan particulieren de verplichting moet worden opgelegd om archeologisch vooronderzoek uit te trekken? Op welke manier wordt daarbij gezorgd voor afstemming tussen de erfgoedconsulenten die in de verschillende provinciale cellen aanwezig zijn? In welke gevallen wordt op dit moment verplicht archeologisch (voor)onderzoek aan particulieren opgelegd en binnen welk afwegingskader gebeurt dat?
5: Welke ondersteuningsmogelijkheden worden ten aanzien van deze particulieren voorzien?
6: Blijkbaar is de globale evaluatie van de IAD’s positief. Wat zijn de eventuele onvolkomenheden, knel-, werk- en aandachtspunten die uit de evaluatie blijken? Welke maatregelen werden sindsdien genomen om deze onvolkomenheden weg te werken en om een oplossing te vinden voor de knel-, werk- en aandachtspunten?
7: Welke maatregelen zal de minister nemen om ervoor te zorgen dat er een eenduidige boodschap wordt gegeven aan de media, rekening houdend met het feit dat in dit concrete geval de mening van de betrokken ambtenaar letterlijk werd geciteerd en dat er dus moeilijk sprake kan zijn van verkeerd begrepen worden?
8: Hoeveel middelen zijn in 2012 ingeschreven voor het archeologisch solidariteitsfonds? Hoeveel van die middelen kunnen ter beschikking worden gesteld van particulieren?
4 januari 2012
Lichtplan autosnelwegen – Gewestgrenzen (2)
Geachte mevrouw minister,
In antwoord op vraag 197 gaf u aan dat een geleidelijke lichtovergang op de autosnelwegen ter hoogte van de gewestgrenzen op dit ogenblik technisch niet realiseerbaar is.
Naar aanleiding van die vaststellingen had ik graag een antwoord gekregen op volgende vragen:
- Op hoeveel plaatsen (en welke) wordt er langsheen een autosnelweg of andere gewestweg waar het Lichtplan van toepassing is een gewest- of landsgrens overschreden?
- Welke technische aanpassingen zouden nodig zijn op deze plaatsen om ervoor te zorgen dat het verlichtingsniveau geleidelijk kan dalen?
- Kunnen deze technische aanpassingen geïntegreerd worden bij het uitvoeren van onderhouds- of andere herstellingswerken?
- Wat zou de totale kostprijs zijn van deze maatregelen?
3 januari 2012
Kritiek van commissievoorzitter Bart Martens over werking Raad voor Vergunningsbetwistingen komt te laat.
Voorgestelde oplossing zal achterstand niet oplossen, want oorzaak wordt niet aangepakt
De verschillende partijen die deel uitmaken van de Vlaamse Regering verdringen zich de laatste tijd om erop te wijzen hoe goed het Vlaamse niveau wel functioneert.
Dat er tussen woord en daad, tussen theorie en praktijk af en toe een grote kloof gaapt, werd onlangs nog maar eens pijnlijk duidelijk in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement
In de vorige legislatuur heeft de Vlaamse overheid immers twee milieurechtbanken opgericht. Het Milieuhandhavingscollege (MHC) behandelt beroepen tegen administratieve boetes voor kleine milieu-inbreuken en voor milieu-overtredingen die het parket doorstuurt. Bijvoorbeeld sluikstortdossiers kunnen hier worden behandeld.
Hoewel het College op volle kracht functioneert, werden er in twee jaar tijd slechts 18 arresten geveld. Oorzaak: er zijn gewoon niet meer dossiers…
Een ander verhaal echter bij Raad voor Vergunningsbetwistingen. Deze Raad is de laatste beroepsmogelijkheid met betrekking tot stedenbouwkundige vergunningen. Zo’n stedenbouwkundige vergunning wordt uitgereikt of geweigerd door de lokale overheid, waarbij zowel de opportuniteit (goede ruimtelijke ordening) als de legaliteit (overeenstemming met regels en decreten) mee in overweging wordt genomen.
Tegen deze beslissing kan beroep worden aangetekend bij de Bestendige Deputatie van de provincie. Ook hier vindt een beoordeling van de opportuniteit en de legaliteit plaats.
Tenslotte kan ook tegen deze beslissing beroep worden aangetekend. Niet alleen door de betrokkenen, maar ook, onder invloed van Europese regels, door derden/belanghebbenden. Dit beroep dient te worden ingediend bij de Raad voor Vergunningsbewtistingen. De Raad oordeelt echter alleen op basis van de legaliteit. Zij zal met andere woorden nagaan of alle regels en procedures zijn gevolgd.
Op 2 jaar tijd heeft de achterstand in behandeling van dossiers hallucinante proporties aangenomen. In het eerste werkjaar kreeg de Raad 753 dossiers te behandelen, in het tweede werkjaar waren dat er al 1053.
Dat de achterstand zo ver is kunnen oplopen heeft verschillende oorzaken:
Bevoegd Vlaams minister Philippe Muyters heeft lang nagelaten het Huishoudelijk Reglement van de Raad goed te keuren (zonder dat reglement kon de Raad niet operationeel worden) en ook het personeelskader werd slechts gedeeltelijk ingevuld (maar 3 in plaats van de 5 voorziene rechters, slechts 1 griffier in plaats van 2).
Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen, was als vorig bevoegd Vlaams minister voor ruimtelijke ordening verantwoordelijk voor de oprichting van de Raad voor Vergunningsbewtistingen.
Het is hem dan ook al langer een doorn in het oog dat de Raad niet naar behoren functioneert en met een grote behandelingsachterstand kampt.
“Ik ben blij dat met commissievoorzitter Bart Martens nu ook de meerderheidspartijen inzien dat het zo niet verder kan en dat ingrijpende maatregelen zich opdringen”, zegt Dirk Van Mechelen.
“Het is langs de andere kant wel enigszins hypocritisch om het nu te doen voorkomen dat de beste en enige oplossing bestaat in een voorstel van decreet waardoor beide rechtbanken zouden worden samengevoegd. Het feit dat er onvoldoende rechters zijn, is in wezen niet het belangrijkste probleem. Het probleem is vooral dat er veel meer dossiers worden ingediend dan er oorspronkelijk werden verwacht.
Er zijn bijvoorbeeld heel wat derden/belanghebbenden die een vraag tot vernietiging van een beslissing indienen. Hetzelfde geldt voor het aantal schorsingen dat wordt gevraagd. Nochtans zijn in de Vlaamse Codex voor beide gevallen duidelijke randvoorwaarden opgenomen. Het is bijvoorbeeld niet omdat iemands perceel paalt aan een perceel waarvoor een vergunning werd uitgereikt dat men een belang kan aantonen. In dezelfde Codex staat bovendien dat schorsing van een vergunning slechts bij hoge uitzondering kan worden uitgesproken”, gaat Van Mechelen verder.
“Nu worden al die dossiers door de voltallige Raad behandeld, dus ook dossiers die in feite onontvankelijk zouden zijn. Het hoeft niet te verwonderen dat dit voor een enorme werkdruk zorgt en vooral ook voor veel investering van tijd die nuttiger kon worden besteed. Je kan dit concreet op een zeer eenvoudige manier gaan oplossen door ervoor te zorgen dat alle dossiers door één rechter via een schriftelijke procedure op hun ontvankelijkheid worden getoetst”, licht de voormalige minister toe.
“Op die manier worden alleen dossiers die wel ontvankelijk zijn binnen het college van rechters behandeld. De stapel dossiers kan op die manier op korte termijn worden weggewerkt en de gemiddelde doorlooptermijn van een te behandelen dossier zou tot aanvaardbare termijnen kunnen worden gereduceerd. In een recente hoorzitting in de zgn. commissie ‘Speed’ van het Vlaams Parlement die zich buigt over de versnelling van procedures, gaf de Raad voor Vergunningsbewtistingen zelf aan dat dit een zeer goed idee was.”, vervolgt Van Mechelen.
“Ik was er dan ook van overtuigd dat een voorstel van resolutie, dat ik enkele maanden geleden indiende en werd besproken in de commissie onder voorzitterschap van Bart Martens op een consensus van iedereen zou kunnen rekenen. Groot was dan ook mijn verbazing toen de meerderheidpartijen CD&V, N-VA en SP.a de resolutie weigerden goed te keuren. Zij vonden het inhoudelijk een goed idee, maar wilden alles liever in een bredere context bekijken. Nu dus komen zeggen dat men de oplossing gevonden heeft, is een beetje flauw en in de praktijk zelfs niet correct. Ondertussen zijn er alweer kostbare maanden verloren gegaan en is de achterstand alleen maar toegenomen. Het duurt in de praktijk tot 2 jaar vooraleer de Raad een beslissing neemt in een dossier. Je zal er als burger maar mee geconfronteerd worden. Had men 6 maanden geleden de resolutie gestemd, dan was het probleem nu reeds voor de helft opgelost”, besluit de voormalige minister van ruimtelijke ordening.
28 september 2011
Vlaamse bevoegdheden…
Het huidige regeerakkoord van de Vlaamse Regering voorziet er onder meer in dat de Vlaamse bevoegdheden zoveel mogelijk worden uitgeput. Dat er met andere woorden zo maximaal mogelijk invulling wordt gegeven aan de toegekende bevoegdheden.
Bijna in één adem wordt daar aan toegevoegd dat wat Vlaanderen zelf doet, het beter doet.
Ook Dirk Van Mechelen is er voorstander van om de toegekende bevoegdheden zo optimaal mogelijk te gebruiken. Wel waarschuwt hij voor zelfgenoegzaamheid, waarbij Vlaanderen een hoge borst opzet en steeds herhaalt hoe goed men wel is. Meer→
28 september 2011
Historische slagvelden en oorlogserfgoed
Als toenmalig bevoegd Vlaams minister is Dirk Van Mechelen gestart met de zgn. ‘Inventaris 1914-2014’, een grootschalig inventarisatie- en beschermingstraject van de slagvelden en oorlogsrelicten van de Eerste (en bij uitbreiding ook de Tweede) Wereldoorlog. Uiteindelijke bedoeling is de erkenning van de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog door Unesco als werelderfgoed in 2014, honderd jaar na het begin van de Grote Wereldbrand.
Vanuit zijn historische achtergrond blijft Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen het dossier actief mee opvolgen. Meer→











