Kritische vragen

Dirk legt onze Vlaamse Ministers het vuur aan de schenen

Als wetenschappelijke instelling van de Vlaamse overheid is het belangrijk dat het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed over het muurtje kijkt en waar mogelijk samenwerkt met andere actoren. In zijn eigen resultaatsverbintenis verbindt het VIOE er zich dan ook toe om resultaatsverbintenissen af te sluiten met die andere instellingen.

Op dit ogenblik zijn die samenwerkingsakkoorden er reeds met voor de hand liggende partners zoals de andere Vlaamse wetenschappelijke instellingen of universiteiten. Maar daar blijft het bij…

Bijvoorbeeld met het Institut du patrimoine Wallone, haar Waalse tegenhanger is die samenwerking er niet. Nochtans heeft het IPW een aantal opmerkelijke initiatieven genomen die ook voor het VIOE nuttig kunnen zijn, zoals de terbeschikkingstelling van een collectie materialen en technieken (steensoorten, verwerkingsmogelijkheden, voor- en nadelen van toegepaste restauratietechnieken,…).

Maar blijkbaar is ook hier het water met Wallonië erg diep en wordt dit jammer genoeg op de lange baan geschoven. Een theoretische samenwerking dus,… maar wat brengt dat op in praktijk.

 

Vraag & antwoord

Dirk Van Mechelen is een absoluut voorstander van een typologisch-thematische erfgoedaanpak. Alleen op die manier kan ervoor gezorgd worden dat een globale afweging wordt gemaakt naar de intrinsieke erfgoedwaarden van een object. Een afweging die verder kijkt dan een toevallige gemeentegrens.

Jammer genoeg heeft Vlaams minister Geert Bourgeois een andere mening. Hierdoor worden op het terrein heel wat kansen gemist. Bijvoorbeeld in een wekelijkse rubriek van ‘Mand bijt Hond’ of in andere duidingsprogramma’s komen soms echte erfgoedpareltjes aan bod: het atelier van een firma gespecialiseerd in het bouwen van Lourdesgrotten en calvaries, iemand die als eerste bepaalde steensoorten importeerde, de uitvinder van een nieuwe betontechniek,… Stuk voor stuk gaat het om unieke zaken omwille van een vernieuwd materialengebruik. Door het ontbreken van een thematisch-typologische aanpak kunnen dergelijke gebouwen op basis van dat criterium opgenomen of opgezocht worden in de inventaris of in de databank beschermde objecten (als die al functioneert en niet offline staat…).

Een gemiste kans volgens Van Mechelen. En minister Bourgeois mag dan al beweren dat er veel aandacht wordt aan besteed, ook aan het innovatief gebruik van nieuwe materialen: het is afwachten hoe hier in de praktijk mee wordt omgegaan. Zal bijvoorbeeld de nieuwe crepi met uitzicht van een kaleilaag die de onderliggende baksteen spaart, mogen worden gebruikt ter vervanging van de klassieke kalei? En zullen de nieuwe duivenbestrijdingsmiddelen binnenkort op grote schaal mogen worden toegepast op beschermde monumenten? Afwachten maar…

 

Vraag & antwoord

In dit digitale tijdperk blijft het een oud zeer dat de gegevens over beschermd onroerend erfgoed niet optimaal ontsloten zijn. Net voor de zomervakantie werd een nieuwe databank beschermd onroerend erfgoed gelanceerd. In de commissie pareerde Vlaams Minister Geert Bourgeois nog enthousiast een aantal kritische vragen van Dirk Van Mechelen: gebruiksvriendelijk, up-to-date, volledig,… de lofbetuigingen schoten tekort volgens de minister die naar eigen zeggen zelfs felicitaties mocht ontvangen van de notarissen.

Nu enkele weken later ziet de toestand er plots veel minder rooskleurig uit: de databank staat al weken offline en zoeken moet gebeuren met een excel-bestandje, in tegenstelling tot wat werd aangegeven, is voor 1.683 objecten, dus voor meer dan 12 % van de beschermde objecten nog geen koppeling gemaakt met het beschermingsbesluit en zijn er nog geen kadastergegevens beschikbaar voor 3726 objecten of voor 27,4 % van de beschermingen. Dat is in de praktijk uiteraard een probleem, want als je bijvoorbeeld op basis van een perceelnummer in bijvoorbeeld Landen wil nakijken binnen welk beschermd dorpsgezicht of landschap dat perceel valt en welke erfdienstbaarheden daar precies van toepassing zijn, is dat in de praktijk onmogelijk.

Erger wordt het nog wanneer je in de praktijk kan vaststellen dat ook de gegevens over de beschermde objecten zelf niet kloppen en dat sommige beschermingsbesluiten blijkbaar vergeten werden. Dirk van Mechelen betreurt dan ook dat de rechtszekerheid zover te zoeken is.

 

Vraag & antwoord

Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen is reeds geruime tijd voorstander van de opmaak van archeologische evaluatiekaarten. Archeologische evaluatiekaarten worden per periode en per streek opgesteld en trachten op basis van wetenschappelijke gegevens prognoses te maken van mogelijke archeologische vindplaatsen. Naast deze potentiële sites, wordt op zo’n archeologische evaluatiekaart ook aangegeven waar met zekerheid archeologische vondsten aanwezig zijn (bijvoorbeeld op basis van vondstmeldingen, eerdere opgravingen) en welke zones archeologievrij zijn (op basis van onderzoek of omdat de bodem in het verleden reeds vergraven werd).

Vlaams minister Geert Bourgeois heeft zich altijd gekant tegen de verdere realisatie van deze archeologische evaluatiekaarten. Volgens hem volstond de info uit de Centraal Archeologische Inventaris, ook al is iedereen het erover eens dat die zowel kwantitatief als kwalitatief onvolledig is. Als bijkomend initiatief vroeg hij het VIOE om te starten met de aanduiding van de zgn. BeWAErzones, zones met Bekend Archeologisch Waardevol Erfgoed.

Minstens opvallend dus dat het VIOE plotseling op een studiedag een ‘Handleiding voor het afbakenen van archeologische zones’ voorstelt. En hoewel de minister erg zijn best doet om te doen geloven dat het hier om voortgezet beleid gaat, overtuigt hij niet.

In tussentijd gaat erg veel kostbare tijd verloren en blijft men vasthouden aan oude en achterhaalde instrumenten. Bijvoorbeeld in het kader van een vergunningsaanvraag of een planningsproces wordt alleen de CAI gebruikt als bron en die is ontoereikend. Niet verwonderlijk dus dat er in 2010 25 vondstmeldingen gebeurden in het kader van bouw- of infrastructuurwerken en dat het aantal in de eerste helft van 2011 steeg tot 18 meldingen… Wanneer algemeen geweten is dat het aantal meldingen slechts een fractie is van het totaal aantal reële vondsten dan weet iedere waarnemer dat het ondertussen 5 na in plaats van 5 voor 12 is.

 

Vraag & antwoord

De Vlaamse overheid kondigde aan om in het kader van de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog in 2014 een aantal initiatieven financieel te ondersteunen. Daarvoor werd 15 miljoen euro vrijgemaakt. Daarbij vormde de vredesgedachte een belangrijk criterium bij de beoordeling.

In Nieuwpoort wordt werk gemaakt van een nieuw bezoekerscentrum dat onder andere de rol van Nieuwpoort bij de onderwaterzetting van het Ijzerbekken zal belichten. Dat bezoekerscentrum komt er als uitbreiding van het huidige Albert I-monument, vlakbij de Ganzenpoot, het sluizencomplex dat essentieel was bij de onderwaterzetting. Op zich een uitstekende locatie dus. Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen vond het wel eigenaardig dat naast het bezoekerscentrum ook een schietclub haar intrek zou nemen in het nieuwe complex. Een schietclub associeer je immers niet onmiddellijk met de permanente vredesgedachte…

Vlaams minister Geert Bourgeois ziet geen probleem in het samengaan van beide. De schietclub wordt immers verplaatst naar de zijkant en zal volledig gescheiden zijn van het bezoekerscentrum. Omdat de schietsport erin bestaat om met een projectiel een doel te raken en de club 350 leden telt, zal, volgens de minister, de vredesgedachte en sereniteit van het bezoekerscentrum op geen enkele manier in het gedrang komen.

 

Vraag & antwoord