MENU

Goedkeuring windmolens door defensie en/of Belgocontrol

Mondelinge vraag van Volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen aan de Minister van Defensie

Windenergie vormt een belangrijk deel van de oplossing om ons land zo milieuvriendelijk mogelijk te voorzien in onze energienoden.  Zo is er bijvoorbeeld het Windplan van de Vlaamse Minister van Energie voor meer windmolens, eenvoudigere procedures en minder beperkingen.  Tegelijk leven we in een dichtbebouwd land met veel luchtverkeer.  Defensie en/of Belgocontrol moeten bij zeer veel aanvragen hun goedkeuring geven.  Belgocontrol maakte eind september bekend dat de procedures voor adviezen herzien worden, en dat bepaalde criteria versoepeld worden, waardoor meer ruimte vrij zou moeten komen.

De Vlaamse Minister van Energie verklaarde op 3 mei 2017 in de commissie Leefmilieu in het Vlaams Parlement: “Een werkgroep met de Vlaamse overheid en de militaire diensten, onder trekkerschap van de sectorfederatie, werkt actief aan oplossingen. Ook hiervan verwacht ik dat we tegen de zomer concrete resultaten zullen kunnen voorleggen.”

De windenergiesector en met name de sectorfederatie is bezorgd over onder meer:

  • De onmogelijkheid om windturbines te plaatsen in de radarzones van Koksijde en Florennes, terwijl in het buitenland bepaalde maatregelen dergelijke plaatsingen mogelijk maken.
  • De Eurocontrol-radarrichtlijnen die alsnog zouden leiden tot negatieve bouwadviezen.  De geldigheidsduur van adviezen zou daarenboven ingekort worden, waardoor een aantal adviezen herzien zouden moeten worden.
  • De onmogelijkheid om turbines met een tiphoogte groter dan 122 meter in controlezones te bouwen, terwijl de huidige types een tiphoogte tussen de 150 en 200 meter hebben.

Graag stelde ik de volgende vragen om onze bezorgdheden nader te bespreken:

  1. Kan u mij een stand van zaken geven inzake de hervorming van de (militaire) luchtvaartbeperkingen?  Hoe zullen deze evolueren, gelet op de Eurocontrole en ICAO normen, en wat is de impact op de bouwadviezen en de duur van deze adviezen?
  2. Welke oplossingen ziet u binnen uw bevoegdheden om de uitbouw van windenergie in ons land te bevorderen, bijvoorbeeld ten aanzien van grotere turbines?  Zijn er daarbij goede praktijken uit onze buurlanden nuttig?
  3. Hoe vaak heeft u reeds overlegd met de regionale ministers van Energie?   Welk standpunt heeft u daarbij ingenomen?  Wat was het resultaat van dit overleg?

 

Samengevoegde vragen van – de heer Alain Top aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over “de beperkingen van Defensie met betrekking tot het luchtruim” – de heer Dirk Van Mechelen aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over “windmolens”

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, bij het bouwen en inplanten van windmolens moet men een bouwaanvraag indienen. Defensie brengt hierover een advies uit. Op 25 september van dit jaar ontving u, net als Vlaams minister van Energie Bart Tommelein, de leden van de federale commissie voor de Landsverdediging en de Vlaamse commissie voor Energie, een brief van de Vlaamse Windenergie Associatie waarin enkele bezorgdheden werden geuit betreffende militaire luchtvaartbeperkingen. In de brief wordt onder meer gesteld dat de gesprekken tussen de VWEA en Defensie in plaats van tot oplossingen, tot meer beperkingen geleid hebben.

Eerst en vooral wordt het jarenlange ontwikkelings- en vergunningswerk tenietgedaan door de implementatie van Eurocontrolradarrichtlijnen, vermits deze een studie verplichten voor alle locaties in België, zelfs tot op afstanden van meer dan 80 kilometer van een radarinstallatie. Het gevolg hiervan is dat heel wat dossiers met aanvankelijk positieve adviezen, nu toch met een negatief eindadvies te maken krijgen.

Voorts is er ook nog de beperking van de geldigheidsduur van adviezen, die onrechtstreeks de rechtszekerheid als juridisch beginsel aantast, daar al reeds afgeleverde adviezen kunnen of moeten worden herzien. Ook is er het gegeven dat het nog steeds niet mogelijk is om windturbines te plaatsen in de Belgocontrolradarzones Koksijde en Florennes, daar geen enkele mitigerende maatregel aanvaard wordt, ondanks het feit dat dit wel mogelijk en succesvol is in het buitenland.

Tot slot wordt nog naar voren geschoven dat het met de opgelegde beperkingen onmogelijk is om windturbines met een tiphoogte met meer dan 122 meter te plaatsen in CTR-zones, ondanks het feit dat niets dit eigenlijk in de weg staat. Hernieuwbare energie is cruciaal, zowel voor de toekomst als om de Europese norm van 13 % hernieuwbare energie te halen tegen 2020. In acht genomen en rekening houdend met de vrijheid zoals geboden door de International Civil Aviation Organization en de regelgeving van de NAVO en Eurocontrol, heb ik de volgende vragen voor u.

Ten eerste, bent u bereid om al het mogelijke te doen om oplossingsgericht te denken en te handelen opdat er vooruitgang zou kunnen worden geboekt en opdat dit het beleid rond energie uit hernieuwbare bronnen ten goede zou kunnen komen?

Ten tweede, doet u als verantwoordelijk minister het nodige om wat technische oplossingen betreft alsnog windparken te kunnen realiseren in de betrokken zones?

Ten derde, de roep naar meer hernieuwbare energie en de steeds strengere adviezen van Defensie spreken elkaar tegen. Welke oplossingen ziet u voor dit probleem?

Ten vierde, omwille van welke redenen worden aanvragen binnen de radarzones Koksijde en Florennes geweigerd?

Ten vijfde, heeft u een zicht op het aantal reeds afgeleverde adviezen die moeten worden herzien? Ten slotte, kunt u een overzicht geven van het voorbije jaar betreffende het aantal adviezen dat Defensie te verwerken kreeg? Graag kreeg ik ook  een overzicht van het aantal goedgekeurde adviezen, het aantal adviezen die zijn goedgekeurd mits voorwaarden en het aantal geweigerde adviezen.

Dirk Van Mechelen: Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag heeft eigenlijk dezelfde draagwijdte. Ik denk dat we over de grond van de zaak niet van mening verschillen, namelijk dat windenergie een milieuvriendelijke oplossing kan bieden voor onze energienoden. In Vlaanderen – ik heb het zelf nog opgesteld – bestaat een windplan van de Vlaamse minister voor de bouw van meer windmolens, maar het vergunnen ervan is een heel moeilijke, heikele zaak, zowel door de eigen Vlaamse regelgeving als door beperkingen die worden ingesteld.

We weten dat we in een dichtbebouwd land wonen met heel veel luchtverkeer. Dat vergt inderdaad ook bijzondere vereisten inzake veiligheid en voorzieningen. Daarom moeten Defensie en Belgocontrol heel wat aanvragen bekijken om er hun goedkeuring voor te geven. Wij hebben begrepen dat Belgocontrol eind september bekend heeft gemaakt dat de procedures voor advies herzien worden en dat bepaalde criteria zullen versoepeld worden, waardoor meer ruimte vrij zou moeten komen voor de bouw van de windmolens.

Vlaams minister van Energie Bart Tommelein verklaarde op 3 mei van dit jaar in de commissie voor het Leefmilieu het volgende: “Een werkgroep met de Vlaamse overheid en de militaire diensten, onder trekkerschap van de sectorfederatie, werkt actief aan oplossingen. Ook hiervan verwacht ik dat wij tegen de zomer concrete resultaten zullen kunnen voorleggen.” Ik heb begrepen dat die resultaten er nog niet zijn. Daarom stel ik deze vraag om uitleg. Het is duidelijk dat de windenergiesector bijzonder bevreesd is dat wij hier in een blokkeringsituatie terechtkomen. Collega Top verwees al naar de radarzones van Koksijde en Florennes. Wij hebben de Eurocontrolradarrichtlijn, die alsnog zou leiden tot heel wat negatieve bouwadviezen. Wij stellen vast de onmogelijkheid wordt gecreëerd om turbines met een tiphoogte van meer dan 122 meter in controlezones te bouwen, terwijl de huidige tiphoogte inmiddels tussen 150 en 200 meter bedraagt.

Daarom heb ik enkele vragen, aanvullend op deze van de collega.

Wat is de stand van zaken inzake de hervorming van de luchtvaartbeperkingen vanuit Defensie? Hoe lopen de onderhandelingen in de werkgroep met de Vlaamse overheid? Bent u hieromtrent zelf in contact met uw collega’s, de regionale ministers van Energie? Welke oplossing ziet u om uw steentje bij te dragen aan de uitbouw van windenergie in ons land?

Minister Steven Vandeput: Mevrouw de voorzitter, geachte collega’s, ik kan bevestigen dat de VWEA, de Vlaamse Windenergieassociatie, een mandaat heeft bekomen van minister Tommelein om met de defensiestaf te onderhandelen — zij zouden dat ook beter doen in plaats van brieven rond te sturen. In dat kader hebben reeds twee formele besprekingen plaatsgevonden gedurende het eerste semester. Aan Waalse kant heeft er een officiële bespreking plaatsgevonden tussen de kabinetsmedewerkers van Waals minister Di Antonio, Defensie en de Waalse sectororganisatie EDORA. Een volgend overleg tussen Defensie en beide partijen is gepland voor 26 oktober. Daar wordt dus aan doorgewerkt. Dit overleg is een continu proces waarin men de belangen van Defensie en de windenergiesector moet verzoenen.

Daarnaast zijn er tussen Defensie en Belgocontrol besprekingen om naar een coherent beleid en een coherente positie voor beide organisaties te streven. Defensie verspreidt een luchtvaartkaart waarin de voornaamste beperkingen worden afgebeeld. Een laatste update gebeurde een tijdje geleden. Defensie paste toen al, ook op mijn vraag, een aantal trainingszones aan ten voordele van de windenergiesector. Het is dus niet zo dat wij totaal niet welwillend zouden zijn. Integendeel, ik heb van bij mijn aantreden gezegd dat wij moeten meegaan in al wat meer groene energie betreft en dat men dossiers welwillend moet behandelen, zij het dat er technische beperkingen zijn.

Sindsdien volgde er nog een aantal maatregelen zoals het verlaten van een aantal reservevliegvelden, het buiten dienst stellen van de radar te Glons, technologische upgrades van onze radarsystemen om de effecten van windturbines beter te kunnen mitigeren, het meewerken aan projecten om gap fillers te plaatsen op windturbines, wat een technische oplossing is voor radarsignalen die worden onderbroken, enzovoort. Wij hebben daar dus in het verleden actief aan meegewerkt. In 2014-2015 heeft de Defensiestaf zijn luchtvaartkaarten gemoderniseerd conform de NAVO-richtlijnen. Ook dienden de ICAO- en eurocontrolnormen te worden toegepast voor onze communicatie-, navigatie- en surveillancesystemen. Deze richtlijnen hebben tot doel om na te gaan of de fysieke aanwezigheid van het obstakel een impact kan hebben op de beschikbaarheid of kwaliteit van het communicatie-, navigatie- en surveillancesignaal, en dus daardoor ook op de vliegveiligheid, niet alleen van onszelf, maar ook van de partnerlanden.

Gezien de militaire radars op technologisch vlak goede mitigerende mogelijkheden bieden, leidt dit zelden tot een negatief advies. Deze maatregelen worden dus genomen. Het voorbije jaar leverde de Defensiestaf 224 adviezen af in het kader van aanvragen voor windturbines. 98 werden zonder meer goedgekeurd, 112 werden goedgekeurd met voorwaarden en 14 werden geweigerd. Het is dus niet zo dat er niets mogelijk is. Integendeel, 14 botsten op een weigering en aan 112 werden beperkingen gevraagd omwille van de techniciteit.

Windturbines en hun impact op onze systemen blijven immers voor Defensie onderworpen aan de technologie en de normen die evolueren in de tijd. Windturbines worden ook steeds talrijker en hoger. Elke beslissing maakt steeds deel uit van een grondige afweging en studie, conform de vigerende normen. Voor de veiligheid van ons personeel behouden wij ons het recht voor om de adviezen na een bepaalde periode te herzien, dit om rekening te houden met de evolutie van de geëvalueerde parameters.

Zoals ik u al zei, Eurocontrol en de andere normen zijn er bij gekomen. De beperking van de geldigheidsduur op preadviezen werd ingevoerd nadat wij vaststelden dat er bij een aantal dossiers een heel lange periode was tussen het geleverd preadvies en de officiële vergunningsaanvraag. Men vraagt een preadvies en dan komt uiteindelijk de vergunningsaanvraag, die vaak niet overeenkomt en waarvoor ondertussen eventueel andere Europese normen gelden. Als het gaat over adviezen in het kader van officiële vergunningsaanvragen, is er geen beperking in de tijd. Die blijven dus geldig zolang de vergunningsprocedure loopt of zolang de vergunning geldig is. Ook daarop zit er geen beperking.

Tijdens een volgend overleg met de sector zal dit onderwerp worden besproken om een redelijke geldigheidstermijn van het preadvies met hen af te toetsen.

Wat betreft de problematiek in de radarzones rond Florennes en Koksijde, daar gaat het om civiele radars die beelden leveren aan Defensie. Dat is dus niet onze technologie of onder ons beheer, maar zij leveren aan ons beelden. Door het gebruik van een andere technologie zijn er geen litigerende maatregelen nodig op de radars van Belgocontrol.

Voor bijkomende uitleg over Belgocontrol verwijs ik evenwel naar de minister die daarvoor bevoegd is. U mag ervan uitgaan dat Defensie en ikzelf het belang van de verdere ontwikkeling van windenergie onderschrijven en dat er bij alle evoluties en aanpassingen van vliegprocedures maximaal rekening wordt gehouden met de aanvragen van de sector. Defensie heeft bovendien tijdens de formele overlegmomenten zelf een voorstel gelanceerd om windturbines toe te laten op militaire domeinen. Dat werd positief onthaald door de sector, zij het dat wij met de betrokken ministers van Financiën moeten bekijken wat dat betekent voor onze onroerende voorheffing. 03.04 Alain Top (sp.a): Mijnheer de minister, ik ben blij dat er wordt samengewerkt met de sector om tot oplossingen te komen.

U onderschrijft ook het belang van hernieuwbare energie en ik hoop dat wij inderdaad tot goede oplossingen kunnen komen om in de mate van het mogelijke in ons land windmolens in te planten. De vragen over de radarrichtlijn van Eurocontrol zal ik aan uw collega stellen. Ik kijk uit naar de resultaten van het volgende overleg, waar over een redelijke geldigheidstermijn voor de preadviezen zal worden onderhandeld. Bij aanvragen van windmolenprojecten zijn de termijnen immers altijd lang. Dat is dus een heikel punt, maar ik begrijp uiteraard het verschil tussen een preadvies en een effectief advies bij de bouwaanvraag. Ik heb daar begrip voor. Ik wil daar ter informatie nog iets aan toevoegen. Ik begrijp de vraag van de sector om het preadvies echt juridisch afdwingbaar te maken, maar dan is het natuurlijk geen preadvies meer.

Alain Top: Ik dank u, mijnheer de minister.

Dirk Van Mechelen: Mijnheer de minister, ik dank u voor het voor mij geruststellende antwoord. Op het vlak van communicatie zou het evenwel misschien interessant kunnen zijn interministerieel overleg te plegen om de violen op dat punt op elkaar af te stemmen.