MENU

20 jaar Fedasil Kapellen

Fedasil 4

Fedasil 1

Toespraak Dirk Van Mechelen

Burgemeester – Volksvertegenwoordiger

Kapellen  – 22 september 2017

 

Dames en Heren,

Dagelijks worden we geconfronteerd met beelden van vluchtelingen. Mensen die in gammele bootjes de Middellandse Zee proberen over te steken.

Mannen, vrouwen en kinderen die met angst in de ogen ergens aan een snelwegparking staan te wachten tot de mensensmokkelaars hen komen oppikken voor hun beloofde tocht.

Bijna sloppenwijken, in Calais of in het Brusselse Maximiliaanpark, waar tientallen, honderden of duizenden in erbarmelijke omstandigheden samenzitten.

De vele beelden die binnenkomen, de politieke standpunten die daarover worden ingenomen, de actuele maatschappelijke tendensen, het gemak waarmee op sociale media soms de meest ongegronde standpunten worden ingenomen, … het maakt dat debatten rond vluchtelingen, rond asiel, en rond de plaatsen waar deze mensen terecht kunnen, vaak erg gepolariseerd zijn.

Dat konden we gisteren tijdens het Kamerdebat nog eens aan de lijve ondervinden.

 

Beste vrienden,

Het avontuur Kapellen begon ergens op een vrijdag in juli 1996.

De Olympische spelen vonden toen plaats in Atlanta. Naar vierjaarlijkse traditie was onze burgemeester Jacky Buchmann, als voorzitter van de Koninklijke Belgische Ruitersportfederatie, op deze Coca Cola games aanwezig.

De minsterraad, onder leiding van Jean-Luc Dehaene besliste om van de kazerne Bauwin te Kapellen een Onthaalcentrum te maken voor kandidaat politieke vluchtelingen.

Het nieuws sloeg in als een bom. Totaal onverwacht, zonder enige vorm van communicatie met het gemeentebestuur. Ook bevoegd staatssecretaris Jan Peeters gaf niet thuis voor enige informatie.

De Kazerneweg, toen nog met poort en wachthuisje en lokaal werd het decor voor tal van filmploegen. Ik had de eer als waarnemend burgemeester een eerste reactie vanuit de gemeente te verwoorden.

Ik herinner mij nog alsof het gisteren was, dat we er onmiddellijk voor kozen om wel te schieten op de boodschapper, maar niet op de boodschap. Vooral de stuntelige manier van communicatie van de toenmalige regering bekritiseerden we scherp.

Het feit dat de leegstaande kazerne zou gebruikt worden voor de opvang van politiek vluchtelingen was een genomen regeringsbeslissing. Aan ons om er mee het beste van te maken.

We waren ons, na de afschaffing van de legerdienst, er zeer goed van bewust dat de nieuwe Bauwinkazerne een nieuwe toekomst stond te wachten. Als College hadden we plannen ontwikkeld om er een nieuwe woonwijk te realiseren met de toenmalige Landmatschappij. Alleen het aankoopdossier verliep erg moeizaam.

Uiteindelijk slaagden we er na de regeringsbeslissing in, om circa de helft van de toenmalige kazerne nog te reserveren voor onze gemeenteschool en kunstacademie in Blok J, en de aanpalende zone te voor te bestemmen voor woningbouw, sportaccommodaties, en magazijnen voor onze Technische dienst.

We wilden van in het begin het Onthaalcentrum zo open mogelijk  inbedden in de Kapelse leefgemeenschap en het zo een eigen plaats geven in ons dorp. De capaciteit van het centrum werd zo uiteindelijk beperkt tot maximaal 450 bedden.

In tegenstelling tot de federale regering gingen we ook onmiddellijk onze eigen inwoners zo maximaal mogelijk informeren, met brochures en hoorzittingen, om zo de vele vooroordelen van antwoord te kunnen dienen.

Denk maar aan de debatten toen over veiligheid, de waarde van de woningen, de inpassing van kinderen in onze onderwijsstructuren, en zo veel andere bezorgdheden.

Kapellen pionierde en zou later voor veel gemeenten een referentiebron zijn, om deze problematiek deskundig aan te pakken.

 

Beste vrienden,

Eén van de mooiste complimenten die ik in mijn politieke carrière heb gekregen, is vervat in een commentaar van één van de buren van het centrum naar aanleiding van een opiniestuk van Mark Van de Voorde.

In 2016 ging Van de Voorde dieper in op het NIMBY-effect, het “Not in My Backyard” -effect dat vaak met dit soort onthaalcentra gepaard gaat.

De meeste mensen vinden, gelukkig maar, dat ook vluchtelingen recht hebben op een menswaardige opvang. Maar tegelijkertijd zien velen van hen dat liever elders gebeuren, dan net in hun eigen achtertuin.

In één van de reacties op het artikel liet de betrokkene weten dat net voldoende dialoog, ervoor zorgt dat het “samen leven” geen probleem vormt. Integendeel, dat het zelfs een verrijking is.

 

Dames en heren,

Ik denk dat in die commentaar een belangrijke les vervat zit.

Je moet in dialoog gaan met elkaar.

Luisteren naar de vragen en de problemen en samen zien hoe je een oplossing kan uitwerken.

Doe je dat niet, dan worden kleine problemen uitvergroot, dan gaan ze een eigen leven leiden, dan worden ze door tegenstanders met plezier uit hun context gehaald.

Dan wordt angst de norm.

 

Vrienden,

Vooral tijdens de vluchtelingencrisis in april 1999, in het toenmalige Joegoslavië, waarbij België, op vraag van de Verenigde naties besliste om 1.200 Kosovaarse oorlogsvluchtelingen uit Macedonië op te nemen  in een zestal opvangcentra, bewees Kapellen het hart op de juiste plaats te hebben.

De beelden van deze desolate vluchtelingen, met letterlijk niets om het lijf, plakten op het netvlies van vele dorpsgenoten.

Een massale inzamelactie, onder leiding van het voltallig college, bijgestaan door tientallen medewerkers en vrijwilligers zorgde op één weekend tijd voor een immense stroom aan hulpgoederen.

Ook bij de recente vluchtelingenpiek hebben we dit succesvol herhaald.

 

Beste vrienden,

Ik denk dat ik gerust mag zeggen dat onze manier van werken in de 20 jaar van het bestaan van het onthaalcentrum zijn deugdelijkheid heeft bewezen.

Zelfs op die momenten, waar er hier bijna 600 mensen verbleven, konden we rekenen op overleg, samenwerking en begrip tussen de leiding van het centrum, de gemeente en politiediensten en de buurt.

Vandaag is de geherdefinieerde capaciteit in volledig gebruik: 354 mensen verblijven hier. Daarvan zijn er 50 kinderen en jongeren, of om het in het jargon te zeggen, niet-begeleide minderjarigen.

 

Dames en heren,

De goede relaties met de buurt en met de Kapelse gemeenschap onderhouden vraagt dagelijks inspanningen.

Ik wil alle inwoners, medewerkers en vrijwilligers van het Onthaalcentrum hier nadrukkelijk voor bedanken.

Dankzij de vele helpende handen slaagt men erin de mensen, voor de tijd dat ze hier verblijven, het gevoel te geven dat ze een thuis hebben.

Natuurlijk verschilt deze tijdelijke thuis van hun land van oorsprong, en ongetwijfeld hadden vele zich misschien iets anders voorgesteld van het beloofde land. Maar vooral geborgenheid, zorg  en veiligheid bieden we hen graag aan.

Zo hebben ze een plaats waar ze op een menswaardige manier kunnen verblijven. Voor sommigen is het in de eerste plaats een plek om hun trauma’s te kunnen verwerken, voor anderen de hoop op het begin van een nieuwe toekomst.

Daar proberen we allen samen aan te werken, door de mensen die hier verblijven, het gevoel te geven dat ze meetellen: door tal van activiteiten te organiseren, door hen onze taal te leren, door samen te werken met organisaties en inwoners van Kapellen.

 

Dames en heren,

20 jaar geleden koesterden sommigen misschien de hoop dat het Onthaalcentrum in Kapellen een tijdelijk gegeven zou zijn.

De geschiedenis leert nochtans dat vluchtelingen van alle tijden zijn. Steeds opnieuw zijn mensen op zoek naar betere oorden.

Ook in onze geschiedenis was dat het geval.

Honderd jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, probeerden vele honderden landgenoten met gevaar voor eigen leven, de Dodendraad hier aan de Kapelse grens te Putte te trotseren,  om te vluchten naar het vrije Nederland.

En iedereen kent in zijn familie wel verhalen van een verre neef die hier have en goed achter liet, om met de Red Star Line naar Amerika of Canada te trekken: een betere economische toekomst tegemoet.

De redenen om te vluchten zijn velerlei. En uiteraard is het voor Europa onmogelijk om de deuren open te zetten en iedereen onderdak te bieden.

Maar tegelijkertijd moeten we er ons steeds van bewust zijn dat we te doen hebben met medemensen, die we niet moeten “opkuisen”.  Immers, iedereen heeft recht op een veilig en menswaardige bestaan.

Als we hieraan, met het ons Onthaalcentrum in Kapellen, ons kleine steentje kunnen toe bijdragen, ben ik als burger en burgemeester een erg gelukkig man.