MENU

Parlementaire vraag mbt sanering van de gezamenlijke Belgische overheid, bijdrage van de Gewesten en Gemeenschappen

Parlementaire vraag nr. 1253 van 19 oktober, gesteld door de heer Dirk Van Mechelen, Volksvertegenwoordiger, aan de Minister van Financiën de heer Johan VAN OVERTVELDT

Sanering van de gezamenlijke Belgische overheid. – Bijdrage van de Gewesten en Gemeenschappen.

In het kader van de nieuwe Bijzondere Financieringswet werd afgesproken dat de deelstaten een bijdrage moeten leveren aan de sanering van België.

De totale bijdrage bestaat uit 4 grote delen:

– een bijdrage aan de herfinanciering van Brussel (pendeldotatie);

– een bijdrage aan de sanering van de gezamenlijke overheid in het kader van de doelstellingen van het stabiliteitsprogramma;

– een bijdrage voor de financiering van de vergrijzing (vanaf 2017);

– een bijdrage voor de financiering van de pensioenen van de regionale ambtenaren.

Deze bijdragen dienen niet effectief door de deelstaten te worden betaald aan de federale overheid, maar worden verrekend met de federale dotaties via verschillende mechanismen die zijn voorzien in de nieuwe financieringswet.

Voor Vlaanderen (Gewest en Gemeenschap) wordt de totale budgettaire impact in de Vlaamse begroting 2017 geraamd op 1,74 miljard euro.

  1. De pendeldotatie kadert in de herfinanciering van Brussel en is gerelateerd aan de pendelbewegingen vanuit Vlaanderen en Wallonië.
  2. a) Kunt u een jaarlijks overzicht geven van de bijdrage van elk van de deelstaten in het kader van de pendeldotatie voor de periode 2014-2017 (realisatiecijfers indien mogelijk, zo niet budget)?
  3. b) Welk aandeel heeft elk van de deelstaten in de pendelbewegingen?
  4. c) Welke bijdragen zijn volgens de huidige prognoses jaarlijks voorzien voor de periode 2018-2020?

 

  1. De Bijzondere Financieringswet bevat tevens een aantal mechanismen die zorgen voor een bijdrage van de Gewesten en Gemeenschappen aan de sanering van de gezamenlijke overheid. Voor Vlaanderen wordt deze bijdrage geraamd op 1,55 miljard euro in 2016.
  2. a) Kunt u een jaarlijks overzicht geven van de bijdrage die volgens de Bijzondere Financieringswet is voorzien voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen voor de periode 2014-2017 (realisatiecijfers indien mogelijk, zo niet budget)?
  3. b) Welke bijdragen zijn volgens de huidige prognoses jaarlijks voorzien voor de periode 2018-2020? Graag een overzicht voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen.

 

  1. Tevens voorziet de Bijzondere Financieringswet een bijdrage van de deelstaten aan de financiering van de vergrijzingskosten. Dit is voorzien vanaf 2017.
  2. a) Kunt u een overzicht geven van de bijdrage die in 2017 voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen is voorzien in de Bijzondere Financieringswet?
  3. b) Welke bijdragen zijn volgens de huidige prognoses jaarlijks voorzien voor de periode 2018-2020? Graag een overzicht voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen.

 

  1. Tot slot voorziet de Bijzondere Financieringswet een bijdrage van de Gewesten en Gemeenschappen aan de financiering van de pensioenen voor de regionale ambtenaren. Dit is de zogenaamde “responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenarenpensioenen” die door de deelstaten dient te worden betaald aan Entiteit I.

Voor de periode 2015-2020 worden de bedragen nominaal vastgelegd in de financieringswet. Vanaf 2021 bedraagt de bijdrage van de deelstaten een percentage van de RSZ-werkgeversbijdrage.

  1. a) Kunt u een jaarlijks overzicht geven van de bijdrage die volgens de Bijzondere Financieringswet is voorzien voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen voor de periode 2015-2020 (realisatiecijfers indien mogelijk, zo niet budget)?
  2. b) Zijn er reeds prognoses beschikbaar voor de periode vanaf 2021? Zo ja, graag een jaarlijks overzicht van de beschikbare cijfers voor elk van de Gewesten en Gemeenschappen.

 

ANTWOORD

  1. De door het geachte Lid vermelde pendeldotatie kadert in de correcte financiering van de Brusselse Instellingen die de uitbouw beoogt van een financiering die rekening houdt met de specifieke hoofdstedelijke functie en de internationale rol van Brussel.
  1. Krachtens artikel 64quater van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten worden aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest financiële middelen toekent die tegen 2015 geleidelijk aan een deel van het inkomstenverlies als gevolg van de netto-stroom van pendelaars vanuit het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest zal compenseren, en dit tot een bedrag van 44 miljoen euro in 2015. Deze middelen worden in onderstaande tabel weergegeven.

Overdracht “pendelaars” toegekend aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest

 

(x 1.000.000 EUR) 2014 2015 2016 (a) 2017 (a)
Toegekend aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest :  

32,0

 

48,0

 

49,0

 

44,0

ten laste van :        
het Vlaamse Gewest 20,2 30,2 30,8 27,6
het Waalse Gewest 11,8 17,8 18,2 16,4
  • Vermoedelijke raming 2016 en initiële raming 2017 (oktober 2016 – federale begroting 2017)

 

  1. De financiering berust op een horizontaal mechanisme wat inhoudt dat deze nieuwe overdracht ten laste wordt genomen door de twee voormelde gewesten in verhouding tot hun aandeel in de totale netto – stroom van pendelaars naar het Brusselse Gewest. De verdeelsleutel weerhouden voor de begrotingsjaren 2014 tot 2017 bedraagt ([1]) :

 

Verdeling van de ten laste neming van de overdracht «pendelaars» 2014 -2017

ten laste van : 2014R 2015R 2016R 2017R
het Vlaamse Gewest 63,2% 62,9% 62,8% 62,7%
het Waalse Gewest 36,8% 37,1% 37,2% 37,3%

 

De door het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest verschuldigde bedragen wordt in mindering gebracht van de hen toegewezen gedeelten van de opbrengst van de federale personenbelasting van het betrokken begrotingsjaar, inzonderheid de in artikel 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie “fiscale uitgaven”. Voor het begrotingsjaar 2014 gebeurde deze vermindering nog op de in artikel 33 van dezelfde bijzondere wet bedoelde algemene dotatie personenbelasting.

 

  1. Voor de begrotingsjaren 2018 – 2020 bedraagt de overdracht 44 miljoen euro per jaar en de verdeelsleutel tussen het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest wordt voorlopig geraamd op :

Overdracht “pendelaars” 2018 -2020

(ramingen)

 

(x 1.000.000 EUR) 2018R 2019R 2020R
Toegekend aan het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest :  

44,0

 

44,0

 

44,0

ten laste van : Raming Raming Raming
het Vlaamse Gewest 27,7

62,8%

27,7

62,9%

27,6

62,7%

het Waalse Gewest 16,3

37,2%

16,3

37,1%

16,4

37,3%

 

  1. De bijdrage van de gemeenschappen en de gewesten tot de sanering van de openbare financiën gebeurt door twee maatregelen, de budgettaire sanering en de bijdrage in de toenemende kosten van de vergrijzing.

 

De budgettaire sanering bestaat uit :

  • een éénmalige bijdrage van 250 miljoen euro in 2014, die tussen de gemeenschappen en gewesten wordt verdeeld zoals bepaald in artikel 81quinquies, § 1, van dezelfde bijzondere wet ; deze bijdrage wordt in mindering gebracht van de algemene dotatie personenbelasting toegekend aan de betrokken entiteiten (zijnde de in artikel 33 bedoelde dotatie aan de gewesten, de in artikel 47 van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie aan de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap, de in artikel 65, §§ 1 tot 5, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, en de in artikel 58septies, van de wet van 31 december 1983 bedoelde dotatie aan de Duitstalige Gemeenschap ;

 

  • een bijdrage van 1,2 miljard euro in 2015 die oploopt tot 2,5 miljard euro vanaf 2016 ; deze bijdrage wordt in mindering gebracht van :
  • voor wat de gewesten betreft : de in artikel 35nonies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie “werk”;
  • voor wat de Vlaamse en de Franse Gemeenschap betreft : de in artikel 47/2, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie federale personenbelasting;
  • voor wat de Duitstalige Gemeenschap betreft : de in artikel 58novies van dezelfde gewone wet bedoelde dotatie federale personenbelasting;
  • voor wat de GGC betreft : de in artikel 65, §§ 1 tot 3 en § 6, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie federale personenbelasting.

 

Bijdrage tot de sanering van de overheidsfinanciën 2014 – 2017

 (x 1.000.000 EUR) 2014 2015 2016 (a) 2017 (a)
Vlaamse Gemeenschap 46,3 232,8 474,4 485,8
Franse Gemeenschap 25,3 123,5 249,1 254,2
Duitstalige Gemeenschap 0,5 2,2 4,4 4,5
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie 2,1 10,2 20,7 21,2
Vlaamse Gewest 104,8 526,9 1.074,8 1.100,4
Waalse Gewest 53,3 235,3 507,2 517,2
Brusselse Hoofdstedelijk Gewest 17,7 69,2 156,1 160,8
Totaal

waarvan : Vlaanderen

250,0

151,2

1.200,0

759,7

2.486,7

1.549,2

2.544,1

1.586,2

  • Vermoedelijke raming 2016 en initiële raming 2017 (oktober 2016 – federale begroting 2017)

 

 

Voor de begrotingsjaren 2018 tot en met 2020 kan de saneringsbijdrage als volgt geraamd worden :

 

Bijdrage tot de sanering van de overheidsfinanciën 2018 – 2020

(ramingen)

 

(x 1.000.000 EUR) 2018R 2019R 2020R
Vlaamse Gemeenschap 497,1 509,2 521,9
Franse Gemeenschap 261,7 268,0 274,7
Duitstalige Gemeenschap 4,6 4,8 4,9
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie 21,8 22,4 22,9
Vlaamse Gewest 1.125,5 1.153,0 1.181,7
Waalse Gewest 530,8 543,7 557,3
Brusselse Hoofdstedelijk Gewest 166,7 171,4 176,1
Totaal

waarvan : Vlaanderen

2.608,2

1.622,6

2.672,5

1.662,2

2.739,7

1.703,6

 

  1. Bovenop de bijdrage in de budgettaire sanering, wordt aan de deelgebieden een bijdrage gevraagd om het hoofd te bieden aan de toekomstige toename van de vergrijzingskosten. Dit moet toelaten dat de bedoelde entiteiten tegen 2030 een bijkomende inspanning leveren van 0,23 % bbp. Die doelstelling zou geleidelijk moeten bereikt worden door het percentage van de groeikoppeling te verminderen.

Voor de gewesten wordt het percentage van de reële groei van het bbp dat weerhouden wordt in de vaststelling van de dotaties, die voorafgenomen worden op de opbrengst van de federale personenbelasting, als volgt verlaagd :

  • voor de vaststelling van de in artikel 35octies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde restdotatie : van 100% voor het begrotingsjaar 2016 naar 55% vanaf het begrotingsjaar 2017,
  • voor de vaststelling van de in artikel 35nonies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie «werk» : van 75 % voor het begrotingsjaar 2016 naar 55 % vanaf het begrotingsjaar 2017,
  • voor de vaststelling van de in artikel 35decies, van dezelfde bijzondere wet bedoelde dotatie «fiscale uitgaven» : van 75% voor het begrotingsjaar 2016 naar 55% vanaf het begrotingsjaar 2017.

Voor de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap wordt het percentage van de reële groei van het bbp dat weerhouden wordt in de vaststelling van de dotatie, die voorafgenomen wordt op de opbrengst van de federale personenbelasting, verlaagd van 75% voor het begrotingsjaar 2016 naar 55% vanaf het begrotingsjaar 2017.

Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt het percentage van de reële groei van het bbp dat weerhouden wordt in de vaststelling van de dotatie, die voorafgenomen wordt op de opbrengst van de federale personenbelasting, verlaagd van 82,50% voor het begrotingsjaar 2016 naar 65% vanaf het begrotingsjaar 2017.

Voor de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt het percentage van de reële groei dat weerhouden wordt in de vaststelling van de in de artikelen 47/7 en 47/8, van dezelfde bijzondere wet en de in de artikelen 58quindecies et 58sexdecies, van dezelfde gewone wet bedoelde dotaties «ouderenzorg» respectievelijk «gezondheidszorgen en hulp aan personen», verlaagd van 82,50% voor het begrotingsjaar 2016 naar 65% vanaf het begrotingsjaar 2017. Wat de in artikel 47/9, van dezelfde bijzondere wet en de in artikel 58septiesdecies, van dezelfde gewone wet bedoelde dotatie «ziekenhuizen» betreft, die slechts met ingang van het begrotingsjaar 2016 wordt toegekend, wordt het te weerhouden percentage verlaagd van 100% voor 2016 naar 65% vanaf het begrotingsjaar 2017.

De verlaging van het te weerhouden percentage voor de jaarlijkse aanpassing van bovenstaande middelen is van toepassing op het deel van de reële groei dat niet hoger is dan 2,25%. Om echter rekening te houden met een evenwichtige spreiding tussen enerzijds entiteit I en anderzijds entiteit II van de voordelen van een toekomstige sterke groei, wordt de vermindering op de groeikoppelingen gemilderd wanneer de stijging van de reële groei meer bedraagt dan 2,25 %. Op het deel van de reële groei dat hoger is dan 2,25% bedraagt het te weerhouden percentage 100% vanaf het begrotingsjaar 2017.

 

De bijdrage van de deelgebieden in de financiering van de toenemende kosten van de vergrijzing van de bevolking kan als volgt geraamd worden :

 

 

Bijdrage tot de financiering van de stijgende vergrijzingskosten 2017 – 2020

(ramingen)

 

(x 1.000.000 EUR) 2017 (a) 2018 2019 2020
Vlaamse Gemeenschap 12,4 28,6 45,7 64,7
Franse Gemeenschap 6,5 15,1 24,0 34,1
Duitstalige Gemeenschap 0,04 0,1 0,2 0,3
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie  

0,04

 

0,1

 

0,2

 

0,2

Vlaamse Gewest 8,0 18,3 29,3 41,5
Waalse Gewest 4,5 10,3 16,5 23,4
Brusselse Hoofdstedelijk Gewest 1,1 2,6 4,1 5,9
Totaal

In % bbp

32,6

0,01

75,2

0,02

120,0

0,03

170,1

0,04

  • Initiële raming 2017 (oktober 2016 – federale begroting 2017)

 

 

  1. De responsabiliseringsbijdragen die door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de begrotingsjaren 2015 – 2020 zijn verschuldigd, worden bepaald in artikel 65quinquies, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.

 

De responsabiliseringsbijdrage die door de Duitstalige Gemeenschap voor diezelfde periode is verschuldigd, wordt bepaald in artikel 60quater, van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.

 

Voormelde bedragen stemmen overeen met de bijdragen geraamd op basis van de berekeningsregels van de bijzondere wet van 5 mei 2003. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van die responsabiliseringsbijdragen verschuldigd door elk van voornoemde entiteiten.

 

 

 

 

(x 1.000.000 EUR) 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Vlaamse Gemeenschap & Gewest  

84,5

 

93.8

 

103,1

 

112,4

 

121,7

 

131,1

 

Franse Gemeenschap

 

55,9

 

62,1

 

68,3

 

74,5

 

80,6

 

86,8

Duitstalige Gemeenschap  

0,9

 

1,0

 

1,1

 

1,2

 

1,3

 

1,4

Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie  

0,03

 

0,03

 

0,04

 

0,04

 

0,04

 

0,05

Franse Gemeenschapscommissie  

0,1

 

0,2

 

0,2

 

0,2

 

0,2

 

0,2

 

Waalse Gewest

 

3,9

 

4,3

 

4,7

 

5,2

 

5,6

 

6,0

Brusselse Hoofdstedelijk Gewest  

0,8

 

0,9

 

0,9

 

1,1

 

1,1

 

1,2

Totaal 146,1 162,2 178,3 194,5 210,6 226,7

 

De responsabiliseringsbijdragen werden / worden in mindering gebracht van de aan de betrokken entiteit toegewezen gedeelten van de opbrengst van de federale personenbelasting voor het betrokken begrotingsjaar, en wat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, eventueel ook van de dotaties toegekend omwille van de overheveling van de bevoegdheden inzake gezondheidszorgen en ouderenzorg.

 

Voor de begrotingsjaren 2021 en volgende, zal een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn die op progressieve en lineaire wijze jaarlijks wordt aangepast om in 2028 het percentage van de sociale bijdrage te bekomen die door de werkgever is verschuldigd voor zijn werknemers, met name de 8,86 % bijdrage die geldt voor contractueel personeel. Het bijdragepercentage wordt aldus jaarlijks met 1/10de opgetrokken. Voor het begrotingsjaar 2021 is het bijdragepercentage gelijk aan 3/10e en voor het begrotingsjaar 2027 gelijk aan 9/10de van het “percentage sociale bijdrage werknemers”. Vanaf het begrotingsjaar 2028 stemt het bijdragepercentage volledig overeen met voormelde 8,86%.

 

Voor het begrotingsjaar 2021 en volgende zijn er geen actuele prognoses voorhanden.

 

Minister van Financiën,

 

 

 

 

 

 

 

 

Johan VAN OVERTVELDT

[1] Mogelijke actualisering op basis van recentere RSZ gegevens is niet uitgesloten.