MENU

Gemiste kans om federale niveau niet te betrekken bij keuze Werelderfgoedsites WOI

Persmededeling Dirk Van Mechelen

Kapellen, 22 februari 2017

Dirk Van Mechelen: Gemiste kans om federale niveau niet te betrekken bij keuze Werelderfgoedsites WOI

Het federale niveau werd op geen enkele manier betrokken bij het werelderfgoeddossier rond sites en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog. Dat blijkt uit het antwoord van defensieminister Steven Vandeput op vragen daarover van volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen.

“Uiteraard is het onroerend erfgoed in ons land een bevoegdheid van de gewesten. Maar dat neemt niet weg dat het op zijn minst eigenaardig is dat het federale niveau op geen enkele manier werd betrokken bij de voorbereiding van het dossier. Nochtans beheert defensie verschillende iconische sites en gedenktekens, zoals de Dodengang in Diksmuide, de Belgische militaire begraafplaatsen of het graf van de onbekende soldaat in Brussel”, duidt Van Mechelen.

“Het ganse dossier van het werelderfgoed van de Eerste Wereldoorlog is opgebouwd rond de vredessymboliek. Het blijvend in herinnering houden en het permanente streven naar nooit meer oorlog. Het is jammer dat dergelijke selectie ‘gekleurd’ moet zijn en eerder gebruikt wordt om de eigen politieke agenda te bewerkstelligen dan de universele boodschap in de praktijk te brengen”, gaat Van Mechelen verder.

“Ik kan alleen maar vaststellen dat in Vlaanderen bij de selectie van de monumenten en sites die worden voorgedragen de verwijzing naar de ‘Vlaamse zaak’ opvallend vertegenwoordigd zijn met de Ijzertoren in Diksmuide en de begraafplaats van Oeren (met de heldenhuldezerkjes). De enige verwijzing naar de Belgische bijdrage aan de oorlog is de militaire begraafplaats van Houthulst. Bijvoorbeeld de Dodengang in Diksmuide, het meest vooruitgeschoven deel van het Belgische front en de meest gevaarlijke plaats voor onze soldaten, werd niet geselecteerd”, zegt de Kapelse burgemeester.

“Neem nu het graf van de onbekende soldaat aan de Congreskolom in Brussel. De Eerste Wereldoorlog was de eerste oorlog waar soldaten een individueel graf kregen. Velen konden echter niet geïdentificeerd worden. Als eerbetoon aan deze vele anonieme slachtoffers werd het graf van de onbekende soldaat het symbool van de wrede oorlog. Omdat het er niet toe deed of het om een Vlaming of een Waal ging, een officier of een soldaat, een arbeider of een dokter, werden 5 anonieme slachtoffers uit de verschillende fases van de oorlog (de forten van Namen, Luik en Antwerpen, het Ijzerfront en het Bevrijdingsoffensief) verzameld. Een door verwondingen blind geworden oud-strijder koos uiteindelijk de kist welke begraven werd aan de Congreskolom. Het ultieme eerbetoon aan iedereen die gevochten had en zijn leven had gegeven voor zijn vaderland. Maar blijkbaar is ook dergelijke symboliek onvoldoende om meegenomen te worden bij de selectie”, betreurt de volksvertegenwoordiger.

“Hetzelfde lot is de Ganzenpoot en het Albert I-monument in Nieuwpoort beschoren. Hoewel het dankzij de onderwaterzetting was dat de Duitse inval kon worden tegen gehouden, blijkt ook dit onvoldoende. Ook de figuur van koning Albert was in deze belangrijk. Hij heeft steeds geweigerd, om in tegenstelling tot vele andere Geallieerde bevelhebbers, mee te stappen in blinde aanvalspogingen die vooral veel mensenlevens kostten. Daardoor zijn de verliezen langs Belgische kant relatief beperkt gebleven. Maar ook die symboliek is blijkbaar niet overtuigend genoeg”, merkt de voormalige erfgoedminister op.

“Ik heb als toenmalig bevoegd minister de bescherming van de sites uit de Eerste Wereldoorlog gestart met het oog op de erkenning als werelderfgoed in 2014. Ik vind het jammer dat de visie in de loop van het traject is bijgesteld, bijvoorbeeld door alleen maar sites in de Westhoek te selecteren. Wat mij betreft zijn de bunkerlinies in Oostende, de forten rond Antwerpen, het slagveld van Halen, de loopgraven van de Antwerp-Turnhoutsstellung even waardevol. Of waarom werd de zgn. Ijzeren Draad niet meegenomen, de letterlijk onder hoogspanning staande grensbewaking tussen neutraal Nederland en bezet België. Zou gezien de actualiteit dergelijke keuze niet bijzonder symbolisch zijn geweest om mensen bewust te maken dat het bouwen van zelfs de meest dodelijke muren mensen niet tegenhoudt in het zoeken naar vrijheid”, besluit Dirk Van Mechelen.