MENU

BTW-tarief onderwijsinfrastructuur onder huursubsidieregeling

Parlementaire vraag: Btw-tarief onderwijsinfrastructuur onder de huursubsidieregeling (MV 15117).

Het wijzigend koninklijk besluit van 14 december 2015 heeft een nieuwe rubriek “XI. Schoolgebouwen” toegevoegd aan de “Tabel A. Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 6 %” van de bijlage bij het btw-koninklijk besluit nr. 20.

Het verlaagd btw-tarief van 6 % geldt sinds 1 januari 2016 voor:

– de leveringen van schoolgebouwen bestemd voor het school- of universitair onderwijs en voor de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen;

– de onroerende werkzaamheden aan schoolgebouwen, met uitsluiting van de reiniging en de andere handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° van het btw-koninklijk besluit nr. 20;

– de onroerende financieringshuur of onroerende leasing van deze schoolgebouwen.

De wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht heeft het wijzigend koninklijk besluit van 14 december 2015 bekrachtigd.

De artikelen 19bis tot en met 19septies van de Schoolpactwet, ingevoegd bij Vlaams decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, leggen een grondslag voor een beschikbaarheidstoelage voor het in huur nemen van onroerende goederen om tegemoet te komen aan capaciteitsproblemen in het leerplichtonderwijs.

De huursubsidie wordt aangevraagd voor het huren van een gebouw dat voorheen nog niet voor een onderwijsbestemming werd ingezet. De huursubsidie kadert in projecten voor bestaande gebouwen, vernieuwbouw of nieuwbouw waarbij ofwel nieuwe capaciteitsuitbreiding gerealiseerd wordt ofwel bedreigde capaciteit effectief hersteld wordt, binnen het basis- en secundair onderwijs en de internaten. De maximumtermijn van de huurovereenkomst bedraagt 18 jaar vanaf de aanvang van de huurovereenkomst.

De regeling werd uitgevoerd middels het besluit van de Vlaamse regering van 4 mei 2016 houdende de regeling voor huursubsidies voor schoolinfrastructuur.

De huursubsidie kan volgens dit besluit alleen worden toegekend voor projecten die beantwoorden aan de fysische normen, vermeld in artikelen 7 tot en met 30 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2007 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding.

Voormelde regelgeving laat vormen van publiek-private samenwerking toe waarbij private actoren via vernieuwbouw of nieuwbouw nieuwe onderwijsinfrastructuur volgens de geldende fysische normen realiseren, om deze vervolgens ter beschikking te stellen aan een onderwijsinrichtende macht die huursubsidies ontvangt van de Vlaamse Gemeenschap.

Ressorteren dergelijke realisaties onder de “Tabel A. Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 6 %” van de bijlage bij het btw-koninklijk besluit nr. 20?

 

Antwoord van de minister van Financiën:

De leveringen van gebouwen bestemd om te worden gebruikt voor vrijgesteld onderwijs of in het kader van leerlingenbegeleiding kunnen sinds 1 januari 2016 het verlaagd btw-tarief van 6 % genieten. Dat verlaagd tarief geldt ook voor werken in onroerende staat en voor de overeenkomsten inzake onroerende financieringshuur met betrekking tot die gebouwen.

Het verlaagd tarief kan van toepassing zijn ongeacht de hoedanigheid van de persoon die de werken laat uitvoeren of die het gebouw verkrijgt. Bovendien is het gebruik van het gebouw voorafgaand aan de handelingen met betrekking tot het toekomstige schoolgebouw of gebouw voor leerlingenbegeleiding niet van belang.

Bijgevolg kan, indien voldaan is aan alle toepassingsvoorwaarden, het verlaagd btw-tarief van 6% worden toegepast wanneer een persoon een bestaand gebouw omvormt tot een gebouw bestemd voor het onderwijs of de leerlingenbegeleiding, of een dergelijk gebouw nieuw opricht of leaset, om dit gebouw vervolgens ter beschikking te stellen van een onderwijsinstelling in het kader van de door u aangehaalde huursubsidieregeling.

Uit de ratio legis van deze bepaling volgt evenwel dat de bestemming van die gebouwen voor onderwijs of leerlingenbegeleiding duurzaam moet zijn.

Het behoud van de oorspronkelijke heffing tegen het btw-tarief van 6% is dan ook afhankelijk van de werkelijke bestemming van het gebouw. Indien het gebouw slechts toevallig en van korte duur wordt gebruikt voor het verstrekken van onderwijs of leerlingenbegeleiding, zal de administratie logischerwijze rekening houden met de daaropvolgende meer betekenisvolle aanwending van dat gebouw. Dit is uiteraard een feitenkwestie.

Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn indien het gebouw wordt gerenoveerd tegen het btw-tarief van 6% om het voor een korte duur te gebruiken als schoolgebouw terwijl het de werkelijke bedoeling is dit gebouw uiteindelijk als kantoorruimte te gebruiken.

Minister van Financiën,

Johan VAN OVERTVELDT