MENU

Parlementaire vraag met betrekking tot oorlogsmunitie

Dirk Van Mechelen stelde een parlementaire vraag aan de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Defensie.

Antwoord van de Minister van Binnenlandse Zaken:

Op geregelde tijdstippen wordt in ons land nog munitie uit de beide wereldoorlogen gevonden door burgers bijvoorbeeld bij graafwerken in de tuin. Dergelijke munitievondsten moeten worden aangemeld bij de politie die op haar beurt DOVO verwittigt. Deze laatste komt de munitie ophalen of vernietigt ze ter plaatse, al naargelang.

Hoewel deze munitie vaak decennialang in de grond zit, is er nog steeds een reëel ontploffingsgevaar. Terecht waarschuwen alle diensten er dan ook voor om dergelijke munitie niet te manipuleren en er een veilige afstand van te bewaren. Bijvoorbeeld de bouwsector heeft voor haar aannemers duidelijke richtlijnen uitgewerkt die kunnen worden ingeschreven in het veiligheidsplan.

Recent verschenen een aantal verhalen in de pers, waaruit blijkt dat de procedure bijzonder administratief verloopt en daardoor niet meteen in overeenstemming lijkt met het potentiële veiligheidsrisico dat eventueel aanwezig kan zijn.

Een aantal getuigenissen terzake in lokale krantenberichten lijken daarop te wijzen. Zo werd een vondst van oorlogsmunitie gemeld aan de politie die ter plaatse kwam en registreerde, maar werd de munitie door DOVO pas enkele dagen later (na het weekend) opgehaald. Ondertussen moets de munitie onaangeroerd blijven liggen op een plaats met spelende kinderen in de buurt.

In een ander geval werd de vondst van een granaat gemeld aan de politie. In de loop van de dag werd nog munitie gevonden, maar DOVO die ondertussen ter plaatse kwam, weigerde die mee te nemen, omdat die nog niet werd geregistreerd.

Uit deze verhalen blijkt dat er administratief wellicht een aantal verbeterpunten zijn ten aanzien van de te volgen procedure en de onderlinge afstemming van taken en opdrachten van de politie en DOVO.

Daarom graag een antwoord op volgende vragen:

  1. Hoe verloopt de procedure voor het aanmelden van de vondst van (oorlogs)munitie?
  2. Zijn er termijnen voorzien voor registratie en ophaling? Welke termijnen zijn dat? Op welke basis zijn ze vastgesteld? Worden ze geëvalueerd en wat zijn de resultaten van die evaluatie?
  3. Klopt het dat alleen door de politie geregistreerde munitie kan worden meegenomen door DOVO, ook wanneer tussen de eerste registratie en de ophaling op dezelfde plaats bijkomende munitie werd aangetroffen?
  4. Is de minister bereid om na te gaan op welke manier de procedure kan worden geactualiseerd, met het oog op maximale digitalisatie en snelle ophaling van de munitie? Hoe gaat de minister dit aanpakken?

Dirk Van Mechelen

Volksvertegenwoordiger

De Minister van Binnenlandse Zaken antwoordde het volgende: 

1. De interventieprocedure die gevolgd dient te worden bij het aantreffen van oorlogstuig is dezelfde als deze die dient te worden toegepast naar aanleiding van de vondst van mogelijk gevaarlijke of verdachte tuigen/paketten.  Een veiligheidsperimeter van 100 meter dient in dat geval in plaats te worden gesteld alvorens DOVO in te lichten.

3. De bijlage E bij het protocolakkoord van 30 juni 2014 betreffende de tussenkomsten van de ontmijningsdienst DOVO, afgesloten tussen de Minister van Defensie, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie, voorziet voor iedere vraag tot tussenkomst, opruiming en vernietiging van oorlogsmunitie en explosieven, de volgende inlichtingen: categorie, typenummer, het aantal, de diameter en de lengte.  Eventuele bijkomende inlichtingen (ophangogen, koperen ringen met of zonder groeven) kunnen daaraan toegevoegd worden.

De vragen 2 en 4 vallen onder de bevoegdheid van de Minister van Defensie.