MENU

Ernstige vragen bij WO-I-selectie voor erkenning als Unesco-werelderfgoed. Minister Bourgeois legt eenzijdige focus op Westhoek.

Vandaag maakte Vlaams minister Geert Bourgeois de preselectie bekend van 18 WO I-sites die zullen worden voorgedragen bij Unesco om als werelderfgoed te worden erkend. Voormalig Vlaams erfgoedminister Dirk Van Mechelen, die mee aan de basis stond van het idee om de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog te laten erkennen als werelderfgoed, is bijzonder ontgoocheld door de preselectie en spreekt van een gemiste kans. “Zowel de selectie zelf als de timing roepen zeer veel vragen op,” zegt Van Mechelen.

Het is altijd de bedoeling geweest om de erkenning te realiseren in 2014. Toen dat niet lukte, verklaarde minister-president Kris Peeters dat het midden 2016 zou worden. In antwoord op een aantal recente vragen spreekt Vlaams minister Geert Bourgeois nu al van 2018. “Als we 2018 niet halen, is het momentum voorbij. Welk mal figuur zouden we slaan om dit dossier bij Unesco niet in de periode van de honderdjarige herdenking te kunnen realiseren,” aldus Dirk Van Mechelen.

Enkel de Westhoek

Hij heeft ook zeer veel vragen bij de preselectie van de minister. “Niemand weet op basis van welke criteria de keuze is gemaakt. Wat wel opvalt is dat de focus uitsluitend op de Westhoek ligt. Uit geen enkele andere provincie is een site voorgedragen. Nochtans heeft WOI ook op andere plaatsen littekens gemaakt; Denk bijvoorbeeld aan de na in brand te zijn gestoken wederopgebouwde universiteitsbibliotheek van Leuven,” zegt Van Mechelen. In de selectie valt ook op dat het alleen maar gaat over herdenkingsmonumenten en begraafplaatsen. De sites waar het oorlogslandschap nog zichtbaar aanwezig is, zoals Hill 60, de Dodengang in Diksmuide, de bunkers van de kustverdediging in Raversijde, het Fort van Liezele, het slagveld van Halen, de loopgraven en bunkers van de Antwerp-Turnhoutsstellung,… komen onbegrijpelijk niet aan bod. Hetzelfde geldt voor sites die verwijzen naar burgerslachtoffers of verzetshelden. Ook die ontbreken volledig. “En waarom het monument van de Franse vliegenier Guynemer er niet opstaat en andere herdenkingsmonumenten wel, het blijft allemaal een raadsel”, merkt de voormalige erfgoedminister op.

Enkel Vlaamse symbolen

Dirk Van Mechelen stelt ook vast dat er een sterke focus ligt op Vlaamse symbolen. “Het lijkt erop dat minister Bourgeois weigert in te zien dat in de periode 1914-1918 heel België getroffen was door de oorlog. Objectief zie ik geen enkele reden waarom de Dodengang in Diksmuide of de Ganzepoot en het Albert I-monument in Nieuwpoort niet op de huidige indicatieve lijst kunnen staan. En wat met de symbolische gebouwen achter het front: Talbot House en de dodencellen in Poperinge of de pastorie in Houtem, het hoofdkwartier van het Belgische Leger? Blijkbaar maken zij allemaal geen enkele kans om door de Vlaamse regering te worden voorgedragen en heeft die alleen oog voor Vlaamse symboliek zoals de crypte van de IJzertoren of de begraafplaats van Oeren met de heldenhuldezerkjes. Ik heb daar op zich niks tegen, maar als historicus stel ik me vragen bij de eenzijdigheid van de keuze”, duidt Dirk Van Mechelen.

Administratie wordt genegeerd

Tenslotte merkt Van Mechelen op dat de minister de voorstellen van zijn administratie naast zich neerlegt. “Hoewel men vanuit de administratie heeft gepleit voor het integraal behoud van de mijnkraters uit WO I en de ondergrondse constructies die ermee verbonden zijn, in de hoop op een opname ven de relicten op de Unesco-werelderfgoedlijst, vinden we hier niets van terug in de selectie. Het moet als deskundig ambtenaar bijzonder frustrerend te zijn om gedurende jaren inhoudelijk waardevol en onderbouwd terreinwerk te doen en dat vervolgens zonder enige argumentatie door de minister naast zich neer gelegd te zien worden”, besluit de voormalige erfgoedminister.

Lees hier ook het artikel op www.ArcheoNet.be

 

Tags: ,