MENU

Eerste Wereldoorlog liet ook sporen na in de provincie Antwerpen.

Naar aanleiding van de bekendmaking door Vlaams minister Geert Bourgeois van de lijst van 18 sites die door de Vlaamse overheid zullen worden voorgedragen voor een Unesco-erkenning als werelderfgoed, reageerde voormalig erfgoedminister Dirk Van Mechelen ontgoocheld op de eenzijdige selectie. Hij is het er niet mee eens dat de focus alleen op de Westhoek ligt en dat de Vlaamse Regering weigert om sites uit andere provincies voor te dragen.

“Uiteraard ga ik niet ontkennen dat de Westhoek een essentiële plaats verdient in de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. De historische realiteit zegt wel dat de loopgravenoorlog niet kan worden begrepen, zonder dat ook andere aspecten in rekening worden gebracht. De fortengordels rond strategische steden zoals Antwerpen, het einde van de 19e-eeuwse manier van oorlogsvoeren met gevechten in open vlakte, de inzet van nieuwe wapens (bv. de zeppelin- en andere bombardementen boven Antwerpen), de verdediging van Duitsland tegen neutraal Nederland met de Antwerp-Turnhoutstsellung, stuk voor stuk zijn het aspecten die ook waardevol zijn”, verduidelijkt Van Mechelen.

“Ik begrijp minister-president Kris Peeters dan ook niet wanneer hij nadrukkelijk de keuze van Geert Bourgeois ondersteunt en weigert in te zien dat ook in zijn eigen provincie WO I-relicten zijn die een universele betekenis hebben. Het Fort van Liezele in zijn eigen Puurs werd de afgelopen jaren schitterend gerestaureerd en geeft een uitstekend beeld van het dagelijks leven in zo’n fort en van de bedoeling van een fortengordel rond de strategische Antwerpse haven. Hetzelfde verhaal voor het spoorwegfort van Duffel”, gaat Van Mechelen verder.

“En waarom zou de ene militaire begraafplaats belangrijker zijn dan de andere. Alsof het leven van de Belgische jongens die begraven liggen op de militaire begraafplaats van Lier of op het militaire ereperk van het kerkhof van Willebroek minder belangrijk zou zijn dan degene die in de Westhoek begraven liggen. En kent u een andere plaats waar het universele karakter van de oorlog aan bod komt dan de militaire ereperken op Schoonselhof: naast Belgen, Fransen, soldaten van het Gemenebest, liggen hier Roemenen, Russen, Italianen,… begraven”, geeft Van Mechelen aan.

“Persoonlijk vind ik het ook een gemiste kans dat er op geen enkele manier verwezen is naar de burgerlijke aspecten van een oorlog. Wat met de vele burgerslachtoffers die werden doodgeschoten, opgeëist, hun leven gaven tijdens een verzetsdaad of stierven uit ontbering. Bijvoorbeeld de impact van de Doodendraad, de afsluiting tussen bezet België en neutraal Nederland als een soort voorloper van de Berlijnse Muur, mag toch niet onderschat worden. Waarom zouden dergelijke zaken geen universele betekenis hebben?”, vraagt Van Mechelen zich af.

“Een erkenning als WOI-erfgoed is meer dan een label. Het geeft aan dat een plaats een intrinsieke betekenis heeft voor de ganse wereld. Bijvoorbeeld vanuit toeristisch oogpunt zorgt een erkenning ervoor dat er blijvende interesse is vanuit het buitenland voor dergelijke sites, ook als de enorme belangstelling voor de Groote Oorlog na 2018 zal zijn gaan liggen. Neem nu de Antwerp-Turnhoutstellung. Ondertussen is duidelijk dat het hier om één van de best bewaarde loopgravencomplexen gaat. Bovendien biedt het omwille van het uitgangspunt, de vrees van de Duitse bezetter tegen een inval vanuit neutraal Nederland, een unieke kans om een ganse regio een nieuwe toeristische trekpleister te bezorgen. Wanneer je de belangstelling ziet voor deze relicten (bv. de verkoop van het boek Vergeten Linies loopt als een trein) dan zie je meteen de potentie ervan. Wat overigens geldt voor de provincie Antwerpen, geldt ook voor de andere provincies. Overal zijn er begraafplaatsen, slagvelden of andere relicten die dezelfde waarde hebben en een Unesco-erkenning verdienen”, besluit Dirk Van Mechelen.

Tags: , ,