MENU

Vlaamse topambtenaren willen af van “tsunami aan parlementaire vragen”

Enkele dagen geleden schrikte Dirk Van Melkebeke de publieke opinie op. Deze Vlaamse topambtenaar, de baas van het college van ambtenaren-generaal, gaf aan dat de leden van het Vlaams Parlement teveel vragen stelden aan de ministers. De administratie moet immers de antwoorden voorbereiden en Van Melkebeke gaf aan dat de administratie hier teveel tijd moet insteken. Bij wijze van voorbeeld refereerde hij aan een vraag naar het aantal door de verschillende beleidsdomeinen uitgereikte subsidies ten aanzien van vzw’s of andere instellingen. Van Melkebeke hekelde het feit dat hiervoor zomaar even 70 mandagen nodig waren om de gevraagde info te verzamelen en stelde ook vragen bij de relevantie van deze vraag.

Als tweede voorbeeld verwees hij naar een vraag over het aantal beschikbare boven- en ondergrondse parkeerplaatsen aan gebouwen van de Vlaamse overheid. Eén ambtenaar kreeg de opdracht om overal in Vlaanderen de visu te gaan kijken hoeveel plaatsen er beschikbaar waren.

 

Dirk Van Mechelen voelt zich aangesproken door de uitlatingen van de topambtenaar. Niet omdat hij het ermee eens is, maar omdat eruit blijkt dat er nog veel efficiëntiewinsten kunnen worden geboekt bij de Vlaamse overheid.

In dit digitale tijdperk is het toch echt niet meer van deze tijd dat iemand dagenlang op pad wordt gestuurd om te gaan kijken waar en hoeveel parkeerplaatsen er zijn. In functie van normaal beheer zouden dergelijke cijfers met één druk op de knop beschikbaar moeten zijn.

Dirk is het ook helemaal niet eens met de beweringen van Van Melkebeke dat veel volksvertegenwoordigers vragen stellen om de vragen en voor de statistieken. Hij liet doorschijnen dat dit bijvoorbeeld het geval was voor de vraag naar de toekenning van subsidies en premies aan vzw’s en andere organisaties. Niet is echter minder waar. Deze vraag kwam er naar aanleiding van de discussie rond de renteloze lening aan De Warande. Dirk Van Mechelen wou weten welke organisaties allemaal op steun kunnen rekenen en waarom. Ook het feit of dit kaderde binnen een duidelijk omschreven procedure (bv. projectoproep) of eerder ad hoc gebeurde, wou Van Mechelen te weten komen. Iedere buitenstaander lijkt het logisch dat elk agentschap van de Vlaamse overheid weet aan wie welke subsidies worden gegeven (het gaat tenslotte om belastinggeld), maar in de praktijk verslikte de administratie zich blijkbaar in haar eigen kluwen.

 

 

Overigens reageert hij niet voor het eerst op de roep naar een systeem van vragen stellen dat meer rekening houdt met de kwaliteit i.p.v. de kwantiteit. Reeds in 2010 formuleerde hij een aantal kritische bedenkingen en suggereerde hij concrete oplossingen in een opiniestuk in De Standaard. Suggesties zoals het groeperen van bepaalde vragen rond vergelijkbare onderwerpen, of het niet-beantwoorden door de minister van vragen met betrekking tot een stand van zaken of ander administratief gegeven, werden door de Vlaamse meerderheidspartijen niet opportuun genoeg gevonden. Een wijziging van regelement kwam er dan ook niet.

Artikel uit Het Laatsts Nieuws:

Het aantal schriftelijke vragen dat de Vlaamse volksvertegenwoordigers stellen, loopt de spuigaten uit. Dat klaagt Dirk Van Melkebeke aan in De Standaard. De topambtenaar en woordvoerder van het College van Ambtenaren-Generaal (CAG) van de Vlaamse overheid vindt het een goed idee dat het Vlaams Parlement selectiecriteria op zou stellen.

Twee jaar geleden werden nog 5.111 schriftelijke initiatieven genomen. Vorig parlementair jaar stond de teller op 6.688, een toename met bijna een derde. Ook dit jaar zet de stijging zich door. Deze “immense toevloed” zet de vlotte werking van de Vlaamse administratie onder druk, zegt Van Melkebeke. “Verschillende leidinggevende ambtenaren klagen steeds meer over de stijgende werkdruk.”

Volgens de topman maakt de Vlaamse administratie werk van een efficiënte en effectieve overheid. “Zij vraagt zelfs niet beter dan zich voluit ten dienste te stellen van de bevolking en zich te concentreren op de essentiële taken. Het beantwoorden van irrelevante of zinloze vragen hoort niet tot dat takenpakket.”

De oorzaak van de stortvloed aan vragen is volgens Van Melkebeke bij de kranten te zoeken, die traditioneel de statistieken bijhouden van de initiatieven van politici. “Ik vraag de pers met aandrang om politici niet langer louter te klasseren op basis van kwantiteit. Maar ook inhoudelijk te kijken.” Daarnaast zou het een goede zaak zijn, mocht het Parlement werk maken van een aantal selectiecriteria, besluit Van Melkebeke.

Het Laatste Nieuws 20/03/13

Tags: ,