MENU

Droevig lot Congoboot Charlesville legt vinger op falend erfgoedbeleid.

“Waarom bekommeren de bevoegde Vlaamse ministers zich niet om de Charlesville?”, vraagt Dirk Van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger van Open Vld, zich af

De Vlaamse overheid maakt wel middelen vrij om allerhande replica’s te bouwen, tot de Belgica toe, maar blijft in gebreke om the real thing te beschermen en behouden

De nakende sloop van de Charlesville, de laatste Congoboot, beroert in extremis de gemoederen. De media hebben de noodkreet van enkele erfgoedverenigingen gehoord en ze brengen de laatste levensdagen van een stuk geschiedenis in beeld. Is het alleen het laatste hoofdstuk in een drama of zal de boot zoals in een spannende thriller op het allerlaatste toch nog gered worden.

De problematiek van de Charlesville is niet nieuw. Op het ogenblik van het tot stand komen van het decreet varend erfgoed maakte de overheid ook een inventaris op van schepen die in aanmerking komen voor bescherming. De Charlesville, toen nog in gebruik als jeugdherberg in Rosstock, figureerde meteen op dit lijstje. Als laatste overblijvende boot die Antwerpen met Congo verbond, was de erfgoedwaarde overduidelijk. Daar komt nog bij dat het ongeveer het laatste in Antwerpen gebouwde zeeschip is dat nog niet werd gesloopt.

Toen enkele maanden geleden duidelijk werd dat de Charlesville verkocht zou worden en dat met de eventuele sloop een belangrijke laatste materiële getuige van de wisselwerking tussen België en Congo teloor zou gaan, schoten verschillende erfgoedverenigingen en erfgoedliefhebbers in actie.

Langs de kant van de Vlaamse overheid bleef het echter stil. Vlaams minister Geert Bourgeois, bevoegd voor het varend erfgoed, liet weten dat hij met dit dossier niets te maken heeft omdat de bescherming als varend erfgoed altijd in overleg en na akkoord met de eigenaar of beheerder gebeurt.

Theoretisch klopt dit. Maar het toont vooral aan hoe weinig passie, visie en gedrevenheid er van het huidige erfgoedbeleid uitgaat. Zeker omdat de Vlaamse overheid wel meer middelen ter beschikking heeft dan louter de bescherming als varend erfgoed.

Vlaams cultuurminister Joke Schauvliege zou zich bijvoorbeeld vanuit haar bevoegdheid voor het cultureel erfgoed evenzeer om de Charlesville kunnen bekommeren. Zij beschikt immers over een budget voor de aankoop van de zogenaamde sleutelwerken. Meestal betreffen die schilderijen, maar daar hoeft het niet bij te blijven. Enkele jaren geleden kocht de Vlaamse overheid een belangrijke collectie draaiorgels. Waarom niet de aankoop van de Charlesville?

Ook de nieuwe erfgoedorganisatie Herita kan een rol spelen. Vlaams minister Geert Bourgeois voorzag in extra werkingsmiddelen, onder andere om het beheer van probleemmonumenten in de praktijk te realiseren. Voorlopig blijft het ook bij Herita stil. Jammer, als je weet dat de maatschappelijke zetel van Herita, het Erfgoedhuis Den Wolsack, jarenlang de plaats was waar de vele Witte Paters die naar Congo voeren, de laatste dagen voor de afvaart doorbrachten.

Leren uit het verleden

Het is vooral jammer dat we geen lessen trekken uit fouten die in het verleden gebeurden. Iedereen is het er bijvoorbeeld over eens dat te veel historische schepen gesloopt werden in plaats van bewaard. De Vlaamse overheid maakt wel middelen vrij om allerhande replica’s te bouwen, tot de Belgica toe, maar blijft in gebreke om the real thing te beschermen en behouden.

Ook op andere terreinen van ons erfgoed laat Vlaanderen steken vallen. Tien jaar geleden al pleitte het toenmalige Contactforum voor Erfgoedverenigingen voor meer aandacht voor de getuigen van onze industriële ontwikkeling die vanuit Vlaanderen naar de hele wereld werden uitgevoerd. Eerder deze week vernamen we de voornemens om de schitterende tramrijtuigen in Buenos Aires uit gebruik te nemen. Deze pareltjes van art nouveau werden in Brugge gebouwd. Het zijn de laatst overgebleven rijtuigen van dit type. Nog op dit moment staat ook de metrolijn van Caïro-Alexandrië onder druk, blijft het wachten voor een initiatief rond de schitterende collectie stoommachines van Vlaamse makelij in Colombië, enzovoort.

Misschien dat ook dergelijke onderwerpen kunnen meegenomen worden in het kader van initiatieven rond ontwikkelings-samenwerking of buitenlandse handels- missies.

 

Bron: De Morgen 04/01/2013

Tags: ,