MENU

Koppelsubsidies provincies voor restauratie beschermde monumenten afgeschaft vanaf 2014

Vanaf 1 januari 2014 zullen de koppelsubsidies, de verplichte bijdrage van provincies in de premie voor de restauratie van beschermde monumenten, worden afgeschaft. Dat antwoordde Vlaams minister Geert Bourgeois op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen.

 

Alle eigenaars van een beschermd monument zijn verplicht om hun patrimonium als een goede huisvader te gaan beheren. Om hen daarbij te helpen voorziet de Vlaamse overheid in een restauratiepremie. Deze bedraagt 40 % voor particulieren en kan voor gebouwen bestemd voor de eredienst oplopen tot 90 %. Naast het Vlaams gewest zijn ook de provincies en de steden/gemeenten op wiens grondgebied het monument gelegen is, verplicht om een vast aandeel van deze premie voor hun rekening te nemen. Deze verplichting voor de provincies wordt afgeschaft.

 

Aanleiding tot deze beslissing is het Witboek Interne Staatshervorming en de provinciale taakstelling die daarin wordt verwoord. De rol van de provincies op het vlak van de zorg voor onroerend erfgoed wordt daarbij tot een minimum herleid. Eén van de gevolgen van deze beslissing is dat de provincies ook geen aandeel meer zullen moeten betalen in de restauratiepremie. Deze maatregel zal vanaf 1 januari 2014 van kracht worden.

Het is nog niet duidelijk op welke manier en wanneer de andere onderdelen van het Witboek die betrekking hebben op het onroerend erfgoed zullen worden ingevuld. Het is immers de bedoeling dat de provincies geen premies meer zullen ontvangen voor restauratieprojecten die ze uitvoeren aan erfgoed waarvan ze zelf eigenaar zijn. Bovendien is het de bedoeling dat ook de verplichte bijdrage door steden en gemeenten in de restauratiepremie op termijn verdwijnt.

 

Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen heeft toch een aantal fundamentele bedenkingen bij de gang van zaken:

“Vandaag worden we reeds geconfronteerd met een enorme wachtlijst op het vlak van restauratiepremies”, stelt de voormalige onroerend erfgoedminister. “Op enkele jaren tijd is er een wachtlijst van verschillende honderden miljoenen euro’s opgebouwd. Minister Bourgeois stelt nu dat de afschaffing van de koppelsubsidies budgettair geen gevolgen zal hebben voor de bouwheer omdat de Vlaamse overheid dit deel zelf voor haar rekening zal nemen. De middelen daartoe zullen worden overgedragen vanuit het Provinciefonds. Wanneer je weet dat één van de aangekondigde besparingsmaatregelen precies voorziet in de bevriezing van de middelen in dit fonds dan weet je meteen dat de minister dit voornemen moeilijk hard zal kunnen maken. Het gevolg is dat de wachtlijsten nog langer zullen worden, dat initiatiefnemers nog langer op toestemming moeten wachten, waardoor de kosten verder oplopen”, gaat Van Mechelen verder.

 

“Het is ook maar de vraag of de provincies in de toekomst nog voldoende geresponsabiliseerd zullen worden om hun eigen erfgoed als een goed huisvader te gaan beheren in deze economisch moeilijke tijden. Enkele jaren geleden besliste minister Bourgeois al om de onderhoudspremies voor openbare besturen af te schaffen. Hij ging er van uit dat deze besturen als een goede huisvader zouden handelen en de nodige onderhoudswerken tijdig zouden uitvoeren. In de praktijk blijkt dat echter allerminst het geval. In plaats van het noodzakelijke onderhoud uit te voeren, worden de werken opgespaard en komen ze in een restauratiedossier terecht. Daarvoor is het weer jaren wachten op toekenning van de middelen”, vervolgt de Vlaamse volksvertegenwoordiger.

 

“Bovendien is er nog geen duidelijkheid op welke manier een oplossing zal worden gevonden voor die gevallen waarin de provincie als bouwheer optreedt. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de kathedralen van Antwerpen, Gent of Brugge. Bijvoorbeeld voor Antwerpen is voorzien in een jaarlijkse premie van 800.000 euro. Voor de Gentse kathedraal werden recent nog miljoenen euro’s vrijgemaakt voor de restauratie van het Lam Gods. Het is maar de vraag hoe en door wie dit zal worden opgevangen”, stelt de vroegere erfgoedminister.

 

“Ondanks de financieel moeilijke tijden blijf ik ervan overtuigd dat het meer dan ooit de moeite loont om te investeren in de restauratie van ons historisch patrimonium. Restauratie is immers een arbeidsintensieve sector. Vroegere studies hebben aangetoond dat voor elke euro die daarin wordt geïnvesteerd er een terugverdieneffect is van anderhalve euro. Investeren in restauratie geeft bijgevolg zuurstof aan onze economie.

Daar blijft het echter niet bij. Het feit dat bijvoorbeeld de Vlaamse kunststeden het toeristisch zo goed doen, heeft veel te maken met het feit dat we over veel bezienswaardigheden beschikken en dat die via restauratie voor het grote publiek en de vele binnen- en buitenlandse toeristen toegankelijk worden gemaakt”, besluit Dirk Van Mechelen.

Tags: ,