MENU

Begeleidingstehuis Leeuwenwelp breidt uit.

Het voorbije weekend vierde het begeleidingstehuis Leeuwenwelp de opening van zijn uitbreidingsbouw, waardoor de opvangcapaciteit van geplaatste kinderen van 8 naar 15 opgetrokken wordt. Tegelijkertijd wordt ook het beheer overgedragen.

 

Leeuwenwelp werd in 1968 gesticht door de Lions Club Antwerpse Kempen, dat er sedertdien ook zijn hoofd-sociaal project van maakte. De voorzitter tekent verder de evolutie:” In 1978 hadden wij het groot geluk met het echtpaar Taubert-Smits in zee te kunnen gaan voor het beheer van ons verblijf. Robert en Cecile maakten van het werk hun levenstaak. Vooral Cecile kende uur noch dag om de kinderen bij te staan. Robert was dan weer de man die na zijn dagtaak alle klusjes opknapte en het domein prachtig onderhield. Wij kunnen hen niet genoeg onze erkentelijkheid betuigen!”

 

Er kwamen voor dit soort tehuizen echter nieuwe regelgevingen en de tijd dat een koppel zonder specifieke opleiding het beheer kan doen over dergelijk tehuis is ten einde. Dat beseft ook Cecile:” Mijn man is nu een week op pensioen en ik volg hem in mei volgend jaar. Ik zal dan vijfendertig jaar voor de Leeuwenwelp gewerkt hebben. Ik wou wel absoluut nog de uitbreiding verwezenlijkt zien, want er zijn zoveel kinderen die dergelijke opvang moeten krijgen. Dank zij vooral het ministerie, de Lions Club en ook de gemeente Kapellen zijn we in ons opzet geslaagd. Wij gaan nu van 8 naar 15 kinderen die we gelijktijdig kunnen huisvesten. Onder hen zijn nu ook jongeren die kunnen blijven tot 18 jaar. Maar het werd ondertussen een hele bedoening. Niet minder dan 12 personeelsleden zijn hier ondertussen tewerkgesteld! Het beheer gaat nu over in de goede handen van twee opvoedsters die hier reeds een hele tijd werken: Myriam Francken (werkt er 10 jaar) en Carla Adriaansen (is er reeds 22 jaar actief), beiden uit Essen. Zij zullen het volledige beheer waarnemen.”, aldus Cecile die het schip niet echt verlaat, want ze wordt opgenomen in de beheerraad van de Lions Club Antwerpse Kempen, zodat zij al haar ervaring toch nog verder ten dienste zal kunnen stellen.

 

Toespraak Dirk van Mechelen

 

Dames en Heren,

 

Voor de meeste mensen is leven in de geborgenheid van een gezin vanzelfsprekend. Het is als het ware de normaalste zaak van de wereld. Velen onder ons kunnen zich dan ook moeilijk voorstellen hoe het voelt of wat het betekent om op een gegeven moment niet meer in een gezin terecht te kunnen. Meestal gebeurt dat dan nog in traumatische omstandigheden. Bijvoorbeeld omdat ouders omwille van allerlei factoren tijdelijk met zichzelf in de knoop liggen en niet optimaal kunnen zorgen voor hun kinderen. Of omdat jongeren in een fase van het leven zitten dat zij wat op zoek zijn naar hun eigenheid en het voor het ganse gezin beter is dat er even afstand kan worden genomen.

 

Vroeger werden veel van deze jonge mensen aan hun lot overgelaten. Al naargelang de situatie werden ze als ‘een moeilijk of onhandelbaar karakter’ gecatalogeerd of werd er van uitgegaan dat traumatische ervaringen kinderen hard maken voor het verdere leven. Ondertussen weten we, gelukkig maar, beter.

 

Het zijn organisaties zoals de Leeuwenwelp die ervoor hebben gezorgd dat we het vandaag als het ware als evident beschouwen dat deze kinderen en jongeren de zorg op maat krijgen die ze verdienen.

 

Dames en heren,

Reeds in 1968 waren de initiatiefnemers van de Leeuwenwelp zich ervan bewust dat er nood was aan een plaats waar kinderen en jongeren in moeilijke omstandigheden nog een ‘thuis’ konden krijgen. Zoals zo vaak ging het om een vrijwillig initiatief. Een roeping als het ware, waarbij mensen zich belangeloos inzetten om jongeren en kinderen de tweede of derde kans te geven die ze verdienen. Om voor kortere of langere tijd een veilige thuishaven te zijn, waar de nodige structuur kan worden gegeven om het leven weer op de rails te krijgen.

 

Het werk van dergelijke pioniers is van onschatbare waarde. Het duurt vaak een tijdje vooraleer ook de overheid overtuigd is van de noodzaak en het belang. Dat was ook hier het geval. Van een Gezinsvervangend Tehuis evolueerde de Leeuwenwelp naar een Begeleidingstehuis van categorie 1. Vanaf 2007 kon de vzw dan ook rekenen op subsidies.

Iedereen die hier vandaag aanwezig is, kan merken dat die subsidies bijzonder doelgericht en uitstekend zijn besteed. De binnen- en buiteninfrastructuur werd aangepast en er kwam een nieuwbouw van 6 slaapkamers.

Dat allemaal met één doel: voor deze kinderen en jongeren een plaats creëren waar zij zich thuis kunnen voelen. Met ruimte voor alle aspecten van het samen leven en met de nodige privacy binnen de eigen leefruimte van hun kamer.

 

Dames en heren,

Ik wil in de eerste plaats iedereen die op een of andere manier heeft bijgedragen tot de realisatie van de Leeuwenwelp van harte feliciteren met de resultaten.

Het toont aan dat realisaties op het terrein echt het verschil kunnen maken.

 

Tegelijkertijd past het ook even stil te staan bij de manier waarop we ook als Vlaamse overheid moeten omgaan met het jeugd- en jongerenwelzijn.

Eerst en vooral moeten we de beleidsmakers erop blijven wijzen dat we het altijd over mensen hebben. Dat achter elke nummer op een wachtlijst een individueel verhaal schuilgaat van een kind of jongere die op onze steun moet kunnen rekenen. Daar wordt bij het opmaken van een begroting en bij het formuleren van inhaalbewegingen nogal eens te gemakkelijk aan voorbij gegaan. Je hebt er weinig boodschap aan dat wanneer je nu nood hebt aan steun of ondersteuning een oplossing tegen 2020 in het vooruitzicht wordt gesteld.

 

Ten tweede moeten we ervoor zorgen dat we kunnen blijven investeren in zorg op maat zoals dat hier bij de Leeuwenwelp gebeurt. Wanneer er iemand nieuw in de leefgroep wordt opgenomen, gebeurt dat bijvoorbeeld altijd rekening houdend met de samenstelling en de eigenheid van de bestaande groep. Het kan dus zijn dat sommige mensen hier niet terecht kunnen. Een voldragen welzijnsbeleid moet er kunnen voor zorgen dat er alternatieven zijn op andere plaatsen.

 

Ten derde moeten we er toch ook over blijven waken dat de slinger niet overslaat in de andere richting. Op de een of andere manier wil onze maatschappij alle dingen een naam geven. Problemen moeten worden benoemd en pasklare oplossingen moeten eraan gekoppeld zijn. Een kind dat vroeger wat actiever was dan een ander, krijgt vandaag al gauw de stempel ADHD opgekleefd. En iemand die in de klas even meer tijd nodig heeft bij het lezen of rekenen, wordt al gauw in de richting van buitenschoolse hulp geduwd.

Uiteraard is onze maatschappij veranderd en heeft dat ook een weerslag op de kinderen en de jongeren die erin leven. Maar misschien moeten we toch ook opnieuw leren dat een kind gewoon eens kind moet kunnen zijn. Dat plezier maken soms eens op de eerste plaats mag komen voor prestatie. En dat fouten maken nu eenmaal behoort tot het normale groeiproces dat we allemaal hebben doorgemaakt.

Op die manier kunnen we de zorg voorbehouden voor hen die er echt nood en behoefte aan hebben. Kunnen we er samen voor zorgen dat zij de opvang krijgen die ze verdienen om in de toekomst opnieuw hun plaats te vinden in de samenleving van vandaag, net als iedereen, net als u en ik.

 

Ik dank u.

Tags: ,