MENU

Weer geen structurele oplossing voor Raad voor Vergunningsbetwistingen

Deze week werd in het Vlaams Parlement een voorstel van decreet goedgekeurd dat een oplossing wil bieden aan de achterstand in de behandeling van dossiers die de Raad voor Vergunningsbetwistingen sinds haar oprichting in 2009 heeft opgelopen.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen werd opgericht in de nieuwe Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening. Anders dan haar naam misschien doet vermoeden, is het een rechtbank met alle kenmerken en bevoegdheden van een rechtbank. De dossiers worden bijvoorbeeld door rechters beoordeeld. De Raad voor Vergunningsbetwistingen is de finaliteit van de beroepsprocedure voor stedenbouwkundige vergunningen.

De oprichting van de Raad voor Vergunningsbetwistingen kaderde in het streven om de Vlaamse bevoegdheden zo optimaal mogelijk te benutten. De oprichting van rechtbanken die zich moeten uitspreken over aspecten die te maken hebben met bevoegdheden van onze regio behoren daartoe.

 

Op het ogenblik van de Vlaamse verkiezingen van 2009 stond de volledige constructie in de steigers en stond niets nog een snelle operationalisering in de weg. Toen na de verkiezingen Open VLD in de Vlaamse regering werd vervangen door N-VA stokte de operatie. Dat is op zijn minst opmerkelijk te noemen voor een Regering die het maximale gebruiken van toegekende bevoegdheden als uitgangspunt heeft genomen voor de Regeringsverklaring en met een bevoegde ministers (Philippe Muyters) wiens partij op dat vlak steeds het hoogste woord voert…

 

Feit is dat minister Muyters talmde met het nemen van allerlei concrete maatregelen om de Raad voor Vergunningsbewtistingen optimaal te laten functioneren.

 

Eerst heette het dat de minister niet zeker was of de Vlaamse overheid wel bevoegd was om een eigen rechtbank op te richten rond deze materie. Hoewel de Raad van State reeds eerder had aangegeven geen probleem te zien, twijfelde de minister. Hij liet zelfs toe (en dit tegen alle logica en zelfs wettelijkheid in) dat zijn eigen bouwinspectie prejudiciële vragen ging stellen aan het Arbitragehof. Ondertussen heeft dit hoogste rechtscollege van ons land duidelijk laten weten dat er geen enkel juridisch probleem is dat de oprichting en werking van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in de weg staat.

 

Het bleef ook wachten op de nodige uitvoeringsbesluiten en op de goedkeuring door de minister van het werkingsreglement zonder dewelke de Raad niet kon functioneren. Het was pas na herhaaldelijk aandringen en vele vragen in het Vlaams Parlement dat minister Muyters hier, zij het met veel tegenzin, werk van maakte.

 

Dan is er nog het personeelsprobleem van de Raad voor Vergunningsbewtistingen. In plaats van onmiddellijk te zorgen voor een raad die op volle kracht kon functioneren, werd slechts de helft van het aantal rechters en griffiers aangeduid.

Door al deze perikelen hoeft het dan ook niet te verwonderen dat de Raad in haar eerste werkingsjaar bijzonder weinig dossiers heeft kunnen behandelen en dat ook in het tweede, derde en vierde jaar het aantal onbehandelde dossiers sterk toenam.

De situatie is momenteel bijzonder schrijnend te noemen. Mensen die in 2010 een dossier indienden, krijgen nu reeds te horen dat ze in 2012 geen beslissing meer moeten verwachten. Niet te verwonderen dat dit leidde tot vele klachten bij de Vlaams Ombudsdienst. Die dienst tikte de Raad en bevoegd minister Muyters op de vingers en vroeg dringend actie.

 

Voor iedereen die het dossier van nabij volgt, is dit uiteraard geen verrassing. Men zag het van ver aankomen dat de huidige manier van werken zorgde voor een steeds toenemende achterstand en dat een structurele oplossing zich aandienden.

 

Enkele maanden geleden heb ik met een aantal collega’s in het Vlaams Parlement dan ook een resolutie ingediend met een aantal concrete voorstellen om de Raad adequater te laten werken. Het aantal dossiers dat de Raad te verwerken krijgt, ligt immers hoger dan eerst ingeschat. Dat heeft er onder andere mee te maken dat in de nieuwe Codex Ruimtelijke Ordening is voorzien dat elke derde/belanghebbende een beroep kan instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Let wel: beroep is alleen nog mogelijk op basis van procedurele fouten en niet meer op basis van wat gemeenzaam de beoordeling op basis van de goede ruimtelijke ordening wordt genoemd. Het merendeel van die beroepen ingesteld door derden/belanghebbenden is de facto onontvankelijk omdat zij zich doorgaans baseren op inhoudelijke en niet op procedurele aspecten. De aanbeveling in de resolutie was dan ook ervoor te zorgen dat één rechter werd vrijgesteld om in een vroege fase een ontvankelijkheidstoets te maken. Het heeft immers geen zin om juridisch advies te formuleren m.b.t. een beroep dat geen rechtsgrond heeft. Op deze manier zou het merendeel van de achterstand op korte termijn kunnen worden weggewerkt.

Nadat de resolutie enkele maanden stof lag te vergaren in de desbetreffende commissie van het Vlaams Parlement en hoewel tijdens een hoorzitting bleek dat de rechters van de Raad voor Vergunningsbetwistingen het zelf een uitstekend idee vinden en ervan overtuigd zijn dat het in de praktijk niet een werkbare situatie, maar ook een reële verbetering is., werd de resolutie hooghartig door de meerderheidspartijen verworpen.

 

Het is dan ook eigenaardig vast te stellen dat het recente voorstel van decreet het toen geopperde idee in grote mate overneemt. Het grote verschil is echter dan in het voorstel van decreet dit als een tijdelijke situatie is voorzien om de opgelopen achterstand weg te werken, terwijl iedereen met kennis van zaken weet dat het een permanente raadkamer zal moeten worden die ook in de toekomst de binnengekomen dossiers screent.

We kunnen in de praktijk ook alleen maar vaststellen dat omwille van een politiek spelletje waarbij de meerderheid voorstellen of ideeën vanuit de oppositie de facto afkeurt of niet aanvaardt er kostbare tijd verloren is gegaan. 18 maanden geleden kon dit ook al gebeuren.

 

Er kunnen ook nog vragen worden gesteld wat er is gebeurd met de 40 ambtenaren die vroeger werkten op de dienst die de beroepen m.b.t. stedenbouwkundige vergunningen moesten beoordelen. Het was de bedoeling dat ook zij een reële steun zouden betekenen voor de werking van de Raad, maar in praktijk blijken zij als het ware van de aardbodem verdwenen.

 

Ik blijf het in ieder geval bijzonder eigenaardig vinden dat de Vlaamse Regering en al die mensen die al maanden vragende partij zijn voor extra bevoegdheden om de bestaande bevoegdheden optimaal te laten renderen. Vanwaar de koudwatervrees of de twijfel…

Daar hebben we het raden naar. Blijkbaar is het wel iets structureel want ook een voorstel om de gewestbelastingen zoveel mogelijk zelf te innen (uit de inning van de onroerende voorheffing blijkt dat dit extra inkomsten oplevert) werd door de meerderheid in de Vlaamse Regering op de lange baan geschoven.

 

Dirk Van Mechelen is Vlaams volksvertegenwoordiger en burgemeester van Kapellen.

Hij was gedurende 10 jaar Vlaams minister van Financiën en Begroting en zorgde als Vlaams minister voor Ruimtelijke Ordening ook voor het totstandkomen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de oprichting van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Tags: ,