MENU

Onroerend erfgoed – Muurschilderingen

Muurschilderingen zijn een bijzondere kunstvorm. Daar waar ze bijvoorbeeld in de 18de en de 19de eeuw onlosmakelijk verbonden waren met de binnenhuisdecoratie en op die manier de heersende modetrends weerspiegelden, wordt de 20ste en de 21ste eeuw vooral gekenmerkt door een aantal gerenommeerde kunstenaars die, meestal in opdracht, de muren van (vaak openbare) gebouwen in hun eigen vormentaal beschilderden. Denken we maar aan de muurschilderingen van Paul Delvaux in het Oostends casino, aan de werken van Somville, de realisaties van Raveel (Beervelde, Oostende,…) of die van Jan Fabre.

Net omwille van de specificiteit vormen deze werken vaak belangrijke ijkpunten in de creatieve loopbaan van de kunstenaar en nemen ze dan ook een unieke plaats in binnen het oeuvre.

Naar aanleiding van de vondst van een aantal schilderingen in Astene die mogelijk van de hand waren van Roger Raveel, stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen een aantal vragen over hoe wordt omgegaan met muurschilderingen van 20e en 21e-eeuwse kunstenaars.

Uit de antwoorden van de bevoegde minister Bourgeois en Schauvliege komt opnieuw een, oud zeer tot uiting: de beschikbare basisinformatie is onvolledig, onvoldoende en te weinig gedetailleerd beschikbaar…

Het oeuvre van kunstenaars wordt ook niet stelselmatig opgevolgd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat geen van de muurschilderingen een plaats heeft gekregen op de Topstukkenlijst.

De enige muurschildering op de Topstukkenlijst dateert uit de 16e eeuw en is afkomstig uit het Huis De Croone.

Minister Bourgeois wijst erop dat muurschilderingen een duidelijk onroerend karakter hebben en dat het daarom moeilijk is ze op topstukkenlijst van het cultureel erfgoed te plaatsen. Nochtans is dit onroerend karakter voor deze cultuurgoederen verre van definitief. De recente verkoop van het volledige winkelinterieur Haentjes van de hand van renaat Braem maakt dat pijnlijk duidelijk.

 

Vraag & antwoord