MENU

Ongevallen met lijnbussen – Afhandeling

Wie al eens betrokken geweest is bij een aanrijding met een lijnbus weet dat de afhandeling van dergelijk ongeval enigszins anders verloopt dan gebruikelijk. Veel mensen hebben in de praktijk immers kunnen vaststellen dat het zo snel mogelijk voortzetten van de reisweg in feite de prioriteit is van de chauffeur.

Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van een lijncontroleur die in de plaats van de chauffeur voor de verdere administratieve afhandeling kan zorgen.

 

Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen vindt deze manier van werken enigszins bevreemdend. Hij begrijpt dat de gebruikers van De Lijn er baat bij hebben dat het tijdverlies zo beperkt mogelijk wordt gehouden, maar langs de andere kant mag dat ook niet ten koste gaan van andere weggebruikers. Iedereen die al eens bij een ongeval betrokken raakte, weet dat dit niet prettig is en dat het voor heel wat onzekerheid zorgt wanneer één van de betrokkenen gewoon zijn weg voortzet…

Het is overigens opvallend hoe er vanuit de politie- en gerechtelijke diensten, terecht, hard wordt opgetreden tegen mensen die vluchtmisdrijf plegen, terwijl vanuit De Lijn het voort zetten van de weg, ook zonder te wachten op eventuele vaststellingen van de politie wordt aangemoedigd.

 

In antwoord op een aantal vragen daarover bevestigde bevoegd minister Hilde Crevits de huidige gang van zaken aan Dirk Van Mechelen.

Wanneer een lijnbus bij een ongeval betrokken raakt moet de chauffeur er in eerste instantie voor zorgen dat de veiligheid en vlotheid van het verkeer wordt verzekerd, met andere woorden: de chauffeur moet ervoor zorgen dat hij zijn bus aan de kant kan zetten of moet zijn gevarendriehoek plaatsen.

Wanneer er lichamelijke schade is, mag de bus niet worden verplaatst.

De chauffeur dient ook onmiddellijk dispatching te verwittigen. Indien mogelijk wordt een lijncontroleur ter plaatse gestuurd die vaststellingen kan voortzetten zodat de chauffeur desgevallend zijn reisweg kan voortzetten.

 

De door de chauffeur te volgen procedure bij een ongeval is enigszins ongebruikelijk. Eerst moet de chauffeur de nummerplaat, het merk, type en kleur van het voertuig van de tegenpartij noteren evenals datum, plaats en uur van het voorval. Hij maakt een algemene informatiekaart op en geeft deze af.

Pas nadien moet de chauffeur blijkbaar informeren of er gekwetsten zijn bij de reizigers en de tegenpartij en dient hij, indien nodig, hulp te bieden aan de gekwetsten. Vervolgens moet de dispatching worden verwittigd en worden de gegevens worden genoteerd die nodig zijn voor een ongevalaangifte. Deze taak wordt eventueel overgenomen door de lijncontroleur wanneer die ter plaatse is.

 

Bij een ongeval met bijvoorbeeld een geparkeerd voertuig waarbij de chauffeur van de tegenpartij niet aanwezig is, maakt de chauffeur een ‘Indentiteitsfiche opgemaakt ten behoeve van de tegenpartij’ op, laat die achter en noteert ter plaatse de schade van de tegenpartij. Wanneer de chauffeur terug kan vertrekken, verwittigt hij ook de dispatching.

 

Dirk Van Mechelen zegt hierover: “Ik ben het er niet mee eens dat aan het zo snel mogelijk voortzetten van de reisweg de absolute prioriteit wordt gegeven. Je zal als tegenpartij maar betrokken raken in een ongeval en geconfronteerd worden met een chauffeur die enkele summiere gegevens van het ongeval meedeelt aan een lijncontroleur, waarna de chauffeur zijn weg voortzet. Ik denk dat je op dat ogenblik als betrokken partij terecht vragen kan stellen bij de objectiviteit van de verklaringen. Het valt me daarbij op dat in de normale procedure of afspraken nergens uitdrukkelijk is voorzien dat de politie of andere hulpdiensten worden verwittigd.”

“Ik beraad me dan ook over verdere initiatieven om een en ander niet alleen meer gestroomlijnd, maar ook kwalitatiever voor de toevallige burger die bij een ongeval met een voertuig van De Lijn betrokken raakt”, besluit Van Mechelen.

 

Vraag & antwoord

Tags: , ,