MENU

Kritiek van commissievoorzitter Bart Martens over werking Raad voor Vergunningsbetwistingen komt te laat.

Voorgestelde oplossing zal achterstand niet oplossen, want oorzaak wordt niet aangepakt

De verschillende partijen die deel uitmaken van de Vlaamse Regering verdringen zich de laatste tijd om erop te wijzen hoe goed het Vlaamse niveau wel functioneert.

Dat er tussen woord en daad, tussen theorie en praktijk af en toe een grote kloof gaapt, werd onlangs nog maar eens pijnlijk duidelijk in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement

 

In de vorige legislatuur heeft de Vlaamse overheid immers twee milieurechtbanken opgericht. Het Milieuhandhavingscollege (MHC) behandelt beroepen tegen administratieve boetes voor kleine milieu-inbreuken en voor milieu-overtredingen die het parket doorstuurt. Bijvoorbeeld sluikstortdossiers kunnen hier worden behandeld.

Hoewel het College op volle kracht functioneert, werden er in twee jaar tijd slechts 18 arresten geveld. Oorzaak: er zijn gewoon niet meer dossiers…

 

Een ander verhaal echter bij Raad voor Vergunningsbetwistingen. Deze Raad is de laatste beroepsmogelijkheid met betrekking tot stedenbouwkundige vergunningen. Zo’n stedenbouwkundige vergunning wordt uitgereikt of geweigerd door de lokale overheid, waarbij zowel de opportuniteit (goede ruimtelijke ordening) als de legaliteit (overeenstemming met regels en decreten) mee in overweging wordt genomen.

Tegen deze beslissing kan beroep worden aangetekend bij de Bestendige Deputatie van de provincie. Ook hier vindt een beoordeling van de opportuniteit en de legaliteit plaats.

Tenslotte kan ook tegen deze beslissing beroep worden aangetekend. Niet alleen door de betrokkenen, maar ook, onder invloed van Europese regels, door derden/belanghebbenden. Dit beroep dient te worden ingediend bij de Raad voor Vergunningsbewtistingen. De Raad oordeelt echter alleen op basis van de legaliteit. Zij zal met andere woorden nagaan of alle regels en procedures zijn gevolgd.

 

Op 2 jaar tijd heeft de achterstand in behandeling van dossiers hallucinante proporties aangenomen. In het eerste werkjaar kreeg de Raad 753 dossiers te behandelen, in het tweede werkjaar waren dat er al 1053.

Dat de achterstand zo ver is kunnen oplopen heeft verschillende oorzaken:

Bevoegd Vlaams minister Philippe Muyters heeft lang nagelaten het Huishoudelijk Reglement van de Raad goed te keuren (zonder dat reglement kon de Raad niet operationeel worden) en ook het personeelskader werd slechts gedeeltelijk ingevuld (maar 3 in plaats van de 5 voorziene rechters, slechts 1 griffier in plaats van 2).

 

Vlaams volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen, was als vorig bevoegd Vlaams minister voor ruimtelijke ordening verantwoordelijk voor de oprichting van de Raad voor Vergunningsbewtistingen.

Het is hem dan ook al langer een doorn in het oog dat de Raad niet naar behoren functioneert en met een grote behandelingsachterstand kampt.

 

“Ik ben blij dat met commissievoorzitter Bart Martens nu ook de meerderheidspartijen inzien dat het zo niet verder kan en dat ingrijpende maatregelen zich opdringen”, zegt Dirk Van Mechelen.

 

“Het is langs de andere kant wel enigszins hypocritisch om het nu te doen voorkomen dat de beste en enige oplossing bestaat in een voorstel van decreet waardoor beide rechtbanken zouden worden samengevoegd. Het feit dat er onvoldoende rechters zijn, is in wezen niet het belangrijkste probleem. Het probleem is vooral dat er veel meer dossiers worden ingediend dan er oorspronkelijk werden verwacht.

Er zijn bijvoorbeeld heel wat derden/belanghebbenden die een vraag tot vernietiging van een beslissing indienen. Hetzelfde geldt voor het aantal schorsingen dat wordt gevraagd. Nochtans zijn in de Vlaamse Codex voor beide gevallen duidelijke randvoorwaarden opgenomen. Het is bijvoorbeeld niet omdat iemands perceel paalt aan een perceel waarvoor een vergunning werd uitgereikt dat men een belang kan aantonen. In dezelfde Codex staat bovendien dat schorsing van een vergunning slechts bij hoge uitzondering kan worden uitgesproken”, gaat Van Mechelen verder.

 

“Nu worden al die dossiers door de voltallige Raad behandeld, dus ook dossiers die in feite onontvankelijk zouden zijn. Het hoeft niet te verwonderen dat dit voor een enorme werkdruk zorgt en vooral ook voor veel investering van tijd die nuttiger kon worden besteed. Je kan dit concreet op een zeer eenvoudige manier gaan oplossen door ervoor te zorgen dat alle dossiers door één rechter via een schriftelijke procedure op hun ontvankelijkheid worden getoetst”, licht de voormalige minister toe.

“Op die manier worden alleen dossiers die wel ontvankelijk zijn binnen het college van rechters behandeld. De stapel dossiers kan op die manier op korte termijn worden weggewerkt en de gemiddelde doorlooptermijn van een te behandelen dossier zou tot aanvaardbare termijnen kunnen worden gereduceerd. In een recente hoorzitting in de zgn. commissie ‘Speed’ van het Vlaams Parlement die zich buigt over de versnelling van procedures, gaf de Raad voor Vergunningsbewtistingen zelf aan dat dit een zeer goed idee was.”, vervolgt Van Mechelen.

 

“Ik was er dan ook van overtuigd dat een voorstel van resolutie, dat ik enkele maanden geleden indiende en werd besproken in de commissie onder voorzitterschap van Bart Martens op een consensus van iedereen zou kunnen rekenen. Groot was dan ook mijn verbazing toen de meerderheidpartijen CD&V, N-VA en SP.a de resolutie weigerden goed te keuren. Zij vonden het inhoudelijk een goed idee, maar wilden alles liever in een bredere context bekijken. Nu dus komen zeggen dat men de oplossing gevonden heeft, is een beetje flauw en in de praktijk zelfs niet correct. Ondertussen zijn er alweer kostbare maanden verloren gegaan en is de achterstand alleen maar toegenomen. Het duurt in de praktijk tot 2 jaar vooraleer de Raad een beslissing neemt in een dossier. Je zal er als burger maar mee geconfronteerd worden. Had men 6 maanden geleden de resolutie gestemd, dan was het probleem nu reeds voor de helft opgelost”, besluit de voormalige minister van ruimtelijke ordening.