MENU

Opsporing archeologische relicten – Satellietbeelden

Technologische innovaties kunnen ook in de erfgoedsector zorgen voor nieuwe toepassingsmogelijkheden. Recent ontwikkelde de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA nieuwe technologie die het mogelijk maakt om archeologische relicten en objecten op te sporen op basis van satellietbeelden.

Dirk Van Mechelen ondervroeg Vlaams minister Geert Bourgeois over deze materie. Eén van de belangrijkste uitdagingen voor de archeologie is immers het bepalen van die gebieden waar zich archeologische sporen bevinden. Vanuit hun aard zijn die ondergrondse sporen niet zichtbaar en kunnen ze alleen maar waargenomen worden op basis van terreinonderzoek. Maar elke ingreep in de bodem betekent ook dat het bodemarchief zelf onherroepelijk verloren gaat. Het is dan ook van belang dat op basis van niet-destructieve methodes archeologische vindplaatsen kunnen worden gedetecteerd. Op die manier kunnen die plaatsen bijvoorbeeld worden gevrijwaard in het kader van bouw- of infrastructuurwerken.

In zijn antwoord geeft minister Bourgeois aan voorlopig geen meerwaarde te zien in het gebruik van de satellietbeelden. Volgens hem volstaan de vele orthofoto’s (luchtfoto’s) en het gebruik van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen dat wordt gebruikt bij erosiekartering om nieuwe sites op te sporen.

“Ik ben het niet eens met minister Bourgeois”, stelt Dirk Van Mechelen. “Wat mij betreft is het een gemiste kans. Elke nieuwe techniek moet worden aangewend om nieuwe informatie over mogelijke archeologische sites te vinden. Enkele jaren geleden pleitte ik reeds voor de opmaak van archeologische evaluatiekaarten met dit soort technieken. Door veel mensen, waaronder minister Bourgeois, werd dit idee afgedaan als onhaalbaar. Ondertussen is men, weliswaar na 2 jaar wachten, proberen en evalueren van andere mogelijkheden, toch begonnen met de opmaak van deze archeologische evaluatiekaarten. Ik vraag mij af of men deze satellietbeelden echt heeft bekeken of dat men er gewoon van uit is gegaan dat ze geen nieuwe informatie bevatten”, besluit de Vlaams volksvertegenwoordiger.

Vraag & antwoord