MENU

Jaagpaden – Toegankelijkheid

Jaagpaden zijn oorspronkelijk ontstaan langs de waterlopen om de schepen te jagen, om de schepen voort te laten trekken door menselijke of dierlijke kracht. In het laatste geval waren het meestal paarden die werden ingezet.

Vandaag hebben jaagpaden een andere functie en zijn ze in eerste instantie bedoeld om de beheerders van de waterlopen toe te laten op een snelle en veilige manier herstellingen en andere technische ingrepen te realiseren of in geval van calamiteiten snel ter plaatse te kunnen zijn.

Jaagpaden hebben vandaag echter ook een belangrijke recreatieve functie. Vlaanderen beheert 1882,6 km aan jaagpaden. Een kleine 60 km ervan is voor het publiek afgesloten en enkel voor de technische diensten toegankelijk.

Dirk Van Mechelen is er voorstander van dat zoveel mogelijk groepen gebruik kunnen maken van de jaagpaden. Als fervent paardenliefhebber is hij van mening dat dus ook ruiters gebruik moeten kunnen maken van (de grasberm langs) het jaagpad. In de praktijk is dat echter helemaal niet het geval. Op ongeveer 1600 km van de jaagpaden zijn fietsers (en wandelaars) toegelaten. Daarenboven is nog eens 217 kilometer alleen voor wandelaars toegankelijk. Minder dan 50 km is echter ook toegankelijk voor ruiters.

Dirk Van Mechelen vindt dit niet kunnen en is samen met de ruitersportfederatie vragend e partij om de jaagpaden overal waar het kan toegankelijk te maken voor ruiters en in te schakelen in ruiterpaden. Hij pleit er dan ook voor dat wordt afgestapt van de huidige gang van zaken, waarbij de openstelling van een bepaald tracé voor ruiters wordt onderzocht op basis van een concrete vraag. Uitgangspunt moet zijn dat alle jaagpaden open staan voor ruiters, behalve op die plaatsen waar het omwille van veiligheidsoverwegingen (zowel naar beheer van de waterweg als voor andere recreatieve gebruikers) niet mogelijk is.

 

Vraag & antwoord