MENU

Hoperfgoed – Revalorisatie

Dirk Van Mechelen heeft de vaste overtuiging dat lokale of streekgebonden tradities, teelten of industrieën en de materiële getuigen die er van overblijven, mee zorgen voor de identiteit van een dorp, stad of regio.

Voor het hoperfgoed, dat traditioneel vooral in de streek rond Poperinge en in de regio Asse-Aalst voorkomt, is dat niet anders. Nadat in extremis een aantal hopasten en –boerderijen werden beschermd, worden op verschillende plaatsen ook opnieuw hopvelden aangelegd. Vaak gebeurt dat met aanzienlijke overheidssteun, bijvoorbeeld in het kader van Europese programma’s.

Dirk Van Mechelen stelde echter vast dat er tot nu toe nauwelijks werk werd gemaakt van nochtans noodzakelijke flankerende maatregelen. De belangrijkste ervan is de bestrijding van de wilde hop. Voor het brouwen van bier worden immers alleen de vrouwelijke ‘hopbellen’ gebruikt. Wilde hop kan zorgen voor contaminatie door mannelijke planten. Daarom dat er in het verleden sterk werd toegezien op het bestrijden en het verwijderen van deze wilde hop.

Uit het antwoord van Vlaams minister-president Kris Peeters blijkt dat deze verbodsbepalingen nog steeds bestaan, maar dat er in feite niet wordt toegezien op de toepassing. Peeters gaat ervan uit dat dit niet relevant is voor de nieuw aangeplante hopvelden, omdat die meestal toch niet gecommercialiseerd worden.

Dirk Van Mechelen is het niet eens met die zienswijze van de minister-president. De praktijkervaring lijkt hem daarbij gelijk te geven, want op veel plaatsen kampt men met het juiste beheer van de nieuwe hopvelden.

“Ik vind het onzinnig dat er in sommige hopvelden tienduizenden euro’s overheidsgeld worden geïnvesteerd, maar dat men tegelijkertijd nonchalant omspringt met begeleidende maatregelen die nodig zijn om van deze projecten een succes te maken”, besluit Dirk Van Mechelen.

Vraag & antwoord