MENU

Biodiversiteit – Invasieve soorten

De maatregelen die worden genomen om te zorgen voor meer biodiversiteit zijn niet altijd even gemakkelijk te begrijpen. Sommige soorten, ook al kwamen die hier historisch voor, worden met de nodige argwaan gevolgd en zelfs bestreden, terwijl voor andere soorten jarenlange kweek- en uitzetprogramma’s worden gerealiseerd.

In een erg uitgebreid antwoord gaf minister Schauvliege meer duiding bij de door Dirk Van Mechelen gestelde vragen. Zij gaf aan dat kweek- en uitzetprogramma’s normaal gezien 5 jaar in beslag nemen en steeds worden geëvalueerd. Er wordt ook steeds nagegaan of de uitgezette soorten geen bedreiging vormen voor andere populaties en ook ziektekiemenvrij zijn.

Uit het antwoord blijkt echter ook dat het de Vlaamse overheid op dit ogenblik aan efficiëntie ontbreekt, doordat er over de beleidsdomeinen heen geen samenwerking is. Zo wordt bijvoorbeeld bij het onderzoek naar de historische verspreiding van soorten geen gebruik gemaakt van archeologische informatie, waarover het VIOE nochtans beschikt. Samenwerking en overleg gebeuren echt als het niet anders kan, bijvoorbeeld wanneer een vistrap moet worden aangelegd bij een beschermde molen. Maar bijvoorbeeld in het kader van het beheer van een park of een tuin zijn er op dit ogenblik geen afspraken. Dat betekent bijvoorbeeld dat vanuit natuuroogpunt bestrijding van exoten en invasieve soorten steeds voorop staat, zonder dat er rekening mee wordt gehouden dat het om bomen of planten kan gaan die hier in het kader van de park- of tuinaanleg intentioneel werden aangeplant.

 

Vraag & antwoord