MENU

Actuele vraag van de heer Dirk Van Mechelen tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de ondersteuning van Vlaamse topsporttalenten

De voorzitter:

De heer Van Mechelen heeft het woord.

De heer Dirk Van Mechelen:

Minister, we hebben in Vlaanderen gewone sporten en topsporten. Dat is soms moeilijk te volgen. Bij gewone sporten zoals de cyclocross hangt het vol met slogans en spandoeken van Topsport Vlaanderen, maar het veldrijden is geen topsport maar een gewone sport.

Wat erger is: we hebben erkende en niet-erkende sporten. Bij de niet-erkende sport zit onder meer biljart. We hebben net afscheid genomen van Raymond Steylaerts maar we hebben nog wel wereldkampioenen zoals Raymond Ceulemans en Ludo Dielis in ons midden. Dat zijn mensen die acht, negen uur per dag moeten trainen om hun sport te kunnen uitoefenen. Nu hebben we een zeer jong nieuw topsporttalent in het snooker. Blijkbaar beantwoordt hij aan geen enkel criterium om in Vlaanderen ondersteuning te krijgen.

Minister, dat systeem van sport en topsport, van erkende en niet-erkende sport moet worden herzien. Sport is sport. Ik besef dat er een verschil is tussen een marathon of een voetbalwedstrijd en biljart. Enig respect voor onze sporters zou op zijn plaats zijn. Mijn vraag is eenvoudig: wilt u het kader even herbekijken?

De voorzitter:

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters:

Om te beginnen wil ik zeggen dat ik alle ontzag heb voor wat Luca doet. Hij behoort op zeer jonge leeftijd tot de top. Ik begrijp dan ook meteen dat journalisten hem tot topsportbelofte hebben verkozen. Zo gaan die verkiezingen. Ik steun dat en heb daar echt alle appreciatie voor.

Ik geef uitvoering aan een bestaand kader. Dat kader is opgesteld op basis van het decreet van 2001 en van uitvoeringsbesluiten uit 2002 en 2008. In dat kader zijn een sporttakkenlijst en een topsporttakkenlijst opgemaakt. Daarbij zijn strengere criteria vastgelegd. Dat zijn criteria met betrekking tot de minimale fysieke inspanning, en criteria waaraan men moet voldoen om deel te kunnen nemen aan wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen. Toen ik minister ben geworden, heb ik dat zo veel mogelijk willen objectiveren. Het is de taskforce Topsport die me daarover advies geeft. Ik stel vast dat noch de snookerfederatie, noch Luca Brecel zelf een subsidieaanvraag heeft ingediend. Nu, ik kan dat wel begrijpen, gezien de huidige uitvoering en aangezien men weet dat ik daar vrij rechtlijnig in probeer te zijn en niet à la tête du client hier en daar uitzonderingen toelaat omdat iemand of iets sympathiek overkomt. Het is moeilijk om zo subsidies te krijgen.

De grote vraag is dan natuurlijk of ik van plan ben te wijzigen hoe subsidies worden gegeven aan topsporters en sporters. Dat is een moeilijke vraag. Mevrouw Werbrouck, ik heb gelezen dat de ex-voorzitter van uw partij, de heer Dedecker, op een bepaald ogenblik heeft verklaard dat we moeten ophouden voetbal als sport te erkennen. Hij vindt voetbal immers een spel, geen sport. Ik zou dan een criterium kunnen zoeken om sport en spel van elkaar te onderscheiden. Ik weet niet waar snooker dan thuishoort voor de heer Dedecker. Dat zouden we dus kunnen doen, maar ik zal dat niet doen. De huidige middelen zijn beperkt, ook voor topsport en sport, en het lijkt me beter die gefocust in te zetten. Ik wil die focus bewaren. Het sportbeleid van mijn diverse voorgangers lijkt me juist. We hebben weinig middelen en moeten kiezen waarop we ons toespitsen. Ik wil dat beleid voortzetten.

Betekent dit dat er dan helemaal niets mogelijk is? Ik wil dat bekijken. Ik heb al contact met de familie Brecel om te bekijken wat er kan gebeuren, wat de vragen zijn, om te bekijken op welke manier ik, buiten het Topsportactieplan en buiten de subsidies voor topsport, toch iets kan doen voor die mensen. Ik sta ook open voor suggesties. Ik ben bereid ook eventuele suggesties van de commissie te bekijken, zodat we toch op een andere manier ondersteuning kunnen geven.

Mijnheer Van Mechelen, u hebt in de voorbereiding van uw vraag verwezen naar een artikel uit Het Laatste Nieuws. In datzelfde artikel werd gewaagd van mogelijke privésponsors. Dat verheugt me. U hebt gesteld dat hij in Nederland wel overheidssteun krijgt. Ik wil erop wijzen dat het niet gaat over steun van de overheid, maar van het Nederlands Olympisch Comité. Misschien zijn er ook in Vlaanderen nog andere mogelijkheden die ertoe kunnen leiden dat hij zijn sport op topniveau kan blijven uitoefenen.

De heer Dirk Van Mechelen:

Minister, laten we ernstig zijn. Laten we van topsport, van jonge topsporters en hun financiële ondersteuning, vooral geen spel maken. Het gaat hier over jonge mensen die op het punt staan in hun carrière een doorbraak te realiseren en die steun van de overheid vragen. U verschuilt zich achter decreten en besluiten, maar ik heb een heel nadrukkelijke vraag gesteld. Laten we die dan maar dynamisch bekijken en herzien. Stop met dat onderscheid tussen sporten en niet-erkende sporten. Overweeg het onderscheid te maken tussen sporten en topsporten. Iedereen die zondag het Belgisch Kampioenschap Veldrijden heeft meegemaakt, vindt dat het ging over een legendarische sportprestatie. Dat is werken. Dat is zwoegen. Dat is voorbereiden. Dat is begeleiden. Dat is ondersteunen.

Verander dat beleid. Hier hebben we een jong sporttalent dat niet wordt ondersteund. Zij moeten in hemelsnaam toch geen subsidies van het Vlaams Commissariaat-generaal voor Toerisme krijgen, hoop ik.

Minister Philippe Muyters:

In elk geval ben ik niet van plan om de beperkte budgetten voor topsport totaal te versnipperen. Uit de werkzaamheden van de commissie en de reacties op mijn beleidsbrief meen ik te mogen afleiden dat daar absoluut geen vraag naar is.

Mijnheer Van Mechelen, ik maak er geen spelletje van, helemaal niet. Ik heb heel duidelijk gezegd dat ik wil bekijken wat ik naast het topsportbudget kan doen. Mevrouw Werbrouck doet een voorstel en wellicht zullen er nog volgen. Ik ben graag bereid om te bekijken op welke manier we een beleid kunnen voeren dat constructief en opbouwend is, maar dat niets afdoet aan de beperkte middelen en dat niet leidt tot een versnippering.

Ik daag iedereen uit om dan een keuze te maken. Wat is sport en wat niet? Welke richting gaan we uit en welke niet? We hebben hierover al discussies gehad. Ik vind schaken heel belangrijk. Ik vind vogelpik best interessant. We kunnen ook het bridgen meenemen. Ik kan zo natuurlijk nog uren doorgaan, maar dan gaan we, zoals de heer Sauwens opmerkte, naar een versnippering van de middelen, en dat willen we absoluut niet.

Er is een focus, maar ik wil bekijken wat daarnaast mogelijk is. Ik zal met de mensen van de families spreken, ik zal breder consulteren en ik wil heel graag een inbreng van de commissie afwachten.

De heer Dirk Van Mechelen:

Minister, het gaat niet over versnipperen, maar over focussen: ‘the right things in the right place’. Hier is er een duidelijke vraag om het systeem van erkende sporten en niet-erkende sporten te herbekijken, want het is onevenredig, het is niet juist.

Op 5 februari is het wereldgala in Antwerpen. Ik stel voor dat u eens acht uur meetraint met die jongens.

De voorzitter:

Het incident is gesloten.