MENU

Bescherming bouwkundig erfgoed Brugge – Procedure

Bescherming bouwkundig erfgoed Brugge – Procedure

In de loop van 2010 bracht Unesco een bezoek aan de Brugse binnenstad in functie van het werelderfgoedstatuut. Unesco formuleerde nogal wat aanbevelingen en drong bijvoorbeeld aan op de integrale bescherming van de Brugse binnenstad.

Nadat bevoegd Vlaams minister Bourgeois eerder reeds het systeem van de ankerplaatsen/erfgoedlandschappen als eventuele piste negeerde, komt er nu ook geen bescherming als stadsgezicht.

Minister Bourgeois vond de procedure en de gevolgen te ingrijpend voor de 11.500 panden in de Brugse binnenstad.

Dirk Van Mechelen ondervroeg de minister over zijn uitspraken.

Hij vond het immers vreemd dat nu ineens alle panden een beschermd statuut zouden moeten krijgen, terwijl in de inventaris slechts 4500 panden zijn opgenomen met een intrinsieke erfgoedwaarde.

Het antwoord van de minister is weinig verhelderend en ontwijkt de kern van de zaak.

Volgens de minister zou een klassieke bescherming zomaar even een werk van 4 jaar zijn en wordt er daarvan afgezien.

De minister benadrukt ook nog eens dat het advies van de administratie voor geïnventariseerd niet-beschermd erfgoed beperkt blijft tot de gevallen waar een sloop wordt aangevraagd. In de praktijk blijkt dit toch niet het geval te zijn en zijn geeft de administratie wel degelijk advies ook wanneer het niet om sloop gaat.

Vraag & antwoord

Bescherming bouwkundig erfgoed Brugge – Ruimtelijke aspecten

 

In het kader van dezelfde Unesco-werelderfgoeddossier verklaarde minister Bourgeois ook dat hij in plaats van een bescherming van de individuele panden in de Brugse binnenstad opteerde voor de bescherming van de zgn. gehelen in de Inventaris: de reien, straten, pleinen, bouwkundige gehelen,…

Een typisch staaltje van aankondigingspolitiek, zo blijkt uit het antwoord van de minister op een aantal kritische vragen van Dirk Van Mechelen. Het is niet meer dan een idee dat wordt onderzocht…

Vraag & antwoord