MENU

1 september ook nieuwe start voor Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen

Eén september mag dan al een belangrijke dag zijn voor vele tienduizenden kinderen en scholieren, ook voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen is deze dag van uitzonderlijk belang. Morgen worden immers zowel het aangepaste decreet als alle 39 uitvoeringsbesluiten van kracht. Zowel de nieuwe als bestaande wetgeving werd daarenboven in mensentaal herschreven en kreeg een logische nummering mee in een “Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening”.

Grondlegger van het vernieuwde decreet en voormalig minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen spreekt van een zeer belangrijke dag. “Met het decreet ruimtelijke ordening worden heel wat concrete vragen van de bevolking opgelocodex-rost. Het garandeert meer rechtszekerheid, snellere administratieve procedures en een doeltreffende ruimtelijke ordening.”

Decreet Ruimtelijke Ordening

Het nieuwe decreet dat op 28 maart 2009 werd goedgekeurd, voert vernieuwingen in op drie belangrijke punten; vergunningen, planologie en handhaving.

Om in te spelen op de vraag van de burger naar meer efficiënte administratieve procedures, wordt een hele batterij maatregelen voorzien die de administratieve lasten fel terugschroeven.

De gelijktijdige behandeling van milieu- en stedenbouwkundige vergunningen via een eenloketsysteem voor de bedrijven is daar één van. Een gelijkaardige geintegreerde procedure wordt ook ingevoerd voor de lokale besturen die over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan beschikken. Zij kunnen in de toekomst de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen en de herziening van hun structuurplan in mekaar schuiven. Dit levert in veel gevallen een tijdswinst van pakweg anderhalf jaar op.

Voor de burgers staan er nog meer wijzigingen op stapel. Momenteel zijn er slechts twee categorieën van werken, die werken waarvoor een vergunning noodzakelijk is en diegenen die daarvan zijn vrijgesteld. Met de invoering van een derde systeem, de meldingsplicht, worden een aantal werken uit de vergunningsplicht gehaald. Voor sommige kleine en/of duidelijk vast te stellen werken, zal de burger niet langer een bouwvergunning moeten aanvragen maar gewoon aan het gemeentebestuur melden dat men de werken gaat uitvoeren. Dat levert uiteraard heel wat tijdswinst op en stelt de burger in staat om 20 dagen na de melding te starten met de werken.

Dit is onder meer het geval voor wie bijvoorbeeld zijn ouders wil opvangen via het zogenaamde zorgwonen. Deze nieuwe term sociale-woningenwerd ingevoerd om vormen van kangoeroewoningen e.a. te ondersteunen. Voor het huisvesten van ten hoogste twee hulpbehoevende personen of ouderen binnen het bestaande bouwvolume wordt nu principieel geopteerd voor een meldingsplicht in plaats van een vergunningsplicht.
Een andere vereenvoudiging wordt ingevoerd in de beroepsprocedure. Vandaag is die vrij complex met een dubbel administratief beroep bij de deputatie en minister en in sommige gevallen nadien nog een jarenlange procedure bij de Raad van State. Daardoor moeten burgers vaak jarenlang wachten op een definitieve uitspraak in hun dossier.

Ook deze procedure wordt vereenvoudigd en vooral verduidelijkt. Indien de burger het niet eens is met de beslissing van een gemeente of de gemeente na 75 dagen nog geen uitsluitsel heeft gegeven, kan de burger in beroep gaan bij de bestendige deputatie. Vanaf morgen kan enkel nog de provinciale deputatie in beroep een opportuniteitsoordeel vellen over een vergunning. Een hoger legaliteitsberoep kan ingediend worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen die geacht wordt om binnen de zes weken uitspraak te doen.

Dirk Van Mechelen: “Deze aangepaste procedure heeft de bedoeling om onze burgers rechtszekerheid te bieden en te vermijden dat gemeenten bouwdossiers eindeloos laten aanslepen. Wat nu helaas in sommige gemeenten nog het geval is.De kosten voor het instellen van een beroepsprocedure zijn daarenboven beperkt tot 62,50 euro.”

Meer rechtszekerheid

In het aangepaste decreet dat morgen ingaat, wordt komaf gemaakt met nog een aantal bestaande onzekerheden in de rechtspositie van zonevreemde constructies en oude woningen en gebouwen van voor de opmaak van het gewestplan. Dat is vooral van belang voor de naar schatting 400.000 woningen die tussen 1962 en de invoering van de gewestplannen in Vlaanderen werden gebouwd. Woningen die in die periode gebouwd werden, worden nu geacht vergund te zijn tenzij er processen-verbaal of bezwaarschriften zijn die binnen 5 jaar na de feiten werden opgemaakt. Tot slot wordt vanaf morgen ook een ruimer kader gecreëerd voor het uitdovend woonrecht van weekendverblijven.
weekendhuisje
Eén van de meest significante nieuwigheden in het decreet, behelst de afhandeling van de handhavingsprocedures. Zo zal het in de toekomst niet langer de praktijk zijn om bouwmisdrijven eerst strafrechterlijk en nadien nog eens burgerlijk te vervolgen. Dat zal in de toekomst slechts mogelijk zijn na een advies van de Hoge Raad voor Handhavingsbeleid. Zoals de nieuwe naamgeving laat vermoeden, krijgt deze raad ook een veel grotere rol toebedeeld in heel het handhavingsbeleid. De raad zal daarbij onder meer toezien dat er bij herstelvorderingen redelijke termijnen worden gehanteerd en kan in de toekomst ook bemiddelen in het totstandkomen van een minnelijke schikking.

Naast de bestaande strafrechtelijke verjaring van een bouwmisdrijf na 5 jaar, worden nu ook éénduidig de termijnen vastgelegd waarbinnen een overheidsinstantie nog een herstel kan vorderen:

  • nultolerantie in ruimtelijk kwetsbaar gebied;
  • 5 jaar in woongebied, industrie en gebieden voor nuts- en gemeenschapvoorzieningen;
  • 10 jaar in openruimtegebieden, zoals landbouw.

Al deze termijnen beginnen te lopen vanaf het plegen van de overtreding, zodat binnen redelijke termijnen moet duidelijk worden waar iemand aan toe is. De regels van de ruimtelijke ordening zullen tientallen jaren na de feiten niet meer kunnen ‘misbruikt’ worden voor hoogoplopende burenruzies.

Tot slot duikt morgen ook de nieuwe term ‘as-built-attest’ op. Vaak vertoont de uiteindelijk gebouwde woning immers marginale afwijkingen met het oorspronkelijke bouwplan. Die afwijkingen kunnen via dit as-built-attest aan een gemeente worden gemeld en meteen worden opgenomen in het vergunningenregister. Zo vermijden burgers problemen bij een eventuele latere verkoop van de woning.

Ondersteuning gemeenten

Naast de wijzigingen die een rechtstreekse impact hebben op de burgers zijn er in het nieuwe decreet ook tal van maatregelen opgenomen die een vereenvoudiging nastreven voor de overheden in het algemeen en de gemeenten in het bijzonder.

Het beleid wordt vaak geconfronteerd met situaties waarbij belangrijke ruimtelijke projecten niet tijdig gerealiseerd kunnen worden omwille van een onverenigbaarheid tussen een uitvoeringsplan en het al bestaande structuurplan. Het ontwerpdecreet voorziet een geïntegreerde plannings- en uitvoeringsprocedure, waarbij de aanpassing van het structuurplan en de opmaak van een uitvoeringsplan gelijktijdig worden doorgevoerd.

Een andere vernieuwing biedt aan de aangrenzende gemeenten de mogelijkheid één gezamenlijk ruimtelijk structuurplan op te maken en/of om één of meer gezamenlijke stedenbouwkundige ambtenaren aan te stellen.

Vlaamse Codex

In de loop van de jaren zijn er niet minder dan 20 aanpassingen geweest aan het decreet ruimtelijke ordening. Die wijzigingen waren noodzakelijk maar hadden wel als gevolg dat de wetgeving – om het eufemistisch uit te drukken – moeilijk te lezen was voor niet-specialisten. Vandaar de keuze om alles te herschrijven en te hernummeren zodat ook de burger zijn weg kan vinden in de regels voor de Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen. In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening staan zowel de bestaande als nieuwe teksten, maar dan met een vlotte leesbaarheid, een logische nummering en een makkelijke herkenbaarheid van alle artikelen.

Dirk Van Mechelen: “De nieuwe codex is een beetje als een nieuw schoolboek. Boeiend en leerrijk.”

Voor meer info:
Gunter Joye – Tel.: 02/552.11.66 – GSM: 0495/87.80.95 – e-mail: gunter.joye@vlaamsparlement.be