MENU

Meer rechtszekerheid, snellere procedures

In de vooravond keurde het Vlaams parlement Dirks wijzigingsdecreet Ruimtelijke Ordening definitief goed. “Er is ongelooflijk hard aan gewerkt. Met dit decreet garanderen we meer rechtszekerheid, snellere en eenvoudigere procedures en een doeltreffende ruimtelijke ordening”, beklemtoont Dirk, die hiermee een belangrijk luik van het regeerakkoord uitvoert.

Het ontwerpdecreet ruimtelijke ordening voert vernieuwingen in op drie belangrijke punten: vergunningen, planologie en handhaving.

Om in te spelen op de vraag vanuit de burger naar meer efficiënte administratieve procedures, voorziet het decreet een hele batterij maatregelen die de administratieve lasten fel terugschroeven.

In het kader van de handhaving gelden voortaan duidelijke, niet-bediscussieerbare termijnen en krijgt de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid (de opvolger van de Hoge Raad voor Herstelbeleid) meer bevoegdheden. Hierbij wordt bemiddeling expliciet naar voor geschoven.

Meer dan ooit worden gemeentelijke overheden het eerste aanspreekpunt inzake vergunningen en de regels omtrent ruimtelijke ordening.

ADMINISTRATIEVE VEREENVOUDIGING EN FLEXIBELE PROCEDURES

Een belangrijke vernieuwing is de meldingsplicht. Voor sommige kleine en/of duidelijk vast te stellen werken moet de burger niet langer een bouwvergunning aanvragen, maar gewoon aan het gemeentebestuur melden dat men de werken gaat uitvoeren. Dat levert uiteraard heel wat tijdswinst op en stelt de burger in staat om 20 dagen na de melding te starten met de werken. Het gaat bijvoorbeeld om werken die vrijgesteld zijn van de medewerking van een architect, zoals een veranda of een garage, of werken in een verkaveling waar duidelijke, niet-interpreteerbare voorschriften gelden.

Ook wordt het zorgwonen ingevoerd om vormen van kangoeroewoningen e.a. te ondersteunen. Voor het huisvesten van ten hoogste twee hulpbehoevende personen of ouderen binnen het bestaande bouwvolume wordt nu principieel geopteerd voor een meldingsplicht in plaats van een vergunningsplicht.
bouwvergunning
Daarnaast moet de afstemming van verschillende procedures voor heel wat tijdswinst zorgen. Voor onze bedrijven is het zeer belangrijk dat het verkrijgen van de nodige milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen met één dossier kunnen worden opgestart. De behandeling verloopt vanaf nu gelijktijdig, en niet langer opeenvolgend bij de verschillende diensten.

Het ontwerpdecreet voorziet streeft naar een veel snellere doorlooptijd inzake de beroepsprocedures en een duidelijke taakverdeling. Tot voor kort kon het soms tot 10 jaar duren vooraleer een burger definitieve rechtszekerheid kreeg.

Nu kan in een eerste fase door alle belanghebbenden een administratief beroep worden ingesteld bij de deputatie. In een tweede fase kan door alle belanghebbenden een jurisdictioneel beroep worden ingesteld bij een gespecialiseerde Raad voor Vergunningsbetwistingen, bestaande uit eminente juristen met een specialisatie inzake ruimtelijke ordening. De uitspraak daarover moet binnen de zes weken vallen! Tegen de beslissingen van deze raad kan nog een cassatieberoep bij de Raad van State worden geopend.

MEER RECHTSZEKERHEID

In het nieuwe decreet wordt komaf gemaakt met nog een aantal bestaande onzekerheden in de rechtspositie van zonevreemde constructies. Tot nu zijn de gemeenten er toe gehouden om de ‘zonevreemdheid’ via een (afzonderlijk) ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te lossen. Via het nieuwe decreet worden de decretale basisrechten definitief van toepassing in alle gebieden. Dit betekent dat aan elke zonevreemde constructie stabiliteitswerken mogen uitgevoerd worden of dat het gebouw binnen het bestaand volume mag verbouwd worden. In niet-kwetsbare gebieden mag er verbouwd, herbouwd en zelfs uitgebreid worden. Tevens worden de herstelmogelijkheden voor zonevreemde constructies, ingevolge heirkracht, uitgebreid naar ruimtelijk kwetsbare gebieden.

Constructies die opgericht zijn na de Stedenbouwwet van 1962, maar vóór de gewestplannen, vormen vaak een bron van discussie. Deze constructies worden ‘geacht vergund’ te zijn, maar dat vermoeden kan momenteel ook vrij makkelijk worden weerlegd. We spreken hier over 416.000 woningen of 15% van het voltallige Vlaamse woningbestand. Het vergund karakter van zulke constructies zal in de toekomst enkel kunnen worden weerlegd door middel van een proces-verbaal of via een bezwaarschrift dat opgesteld is binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Erg belangrijk is ook de nieuwe regel dat deze weerlegging niet meer kan gebeuren, eens het goed gedurende 1 jaar in het vergunningenregister (als vergund geacht) is opgenomen. Dit biedt rechtszekerheid.

Tegelijkertijd voert hweekendhuisjeet nieuwe decreet het systeem van het ‘as-built-attest’ in. Vaak vertoont de uiteindelijk gebouwde woning immers marginale afwijkingen met het oorspronkelijke bouwplan. Die afwijkingen kunnen via dit as-built-attest meteen worden opgenomen in het vergunningenregister zonder nieuwe stedenbouwkundige aanvragen. Vragen ‘of iets al dan niet vergund is’ behoren dan ook definitief tot het verleden.

Dirk biedt ook een juridische basis voor een voldoende ruim ‘tijdelijk woonrecht’ voor weekendverblijven. Zo zullen bewoners van een weekendverblijf, die er tenminste één jaar permanent en officieel verblijven, van dit woonrecht kunnen genieten zolang de provincies onderzoeken of er planologische oplossingen mogelijk zijn. Indien er geen planologische oplossing mogelijk is, blijft het tijdelijke woonrecht geldig tot 31 december 2029. Mits een RUP kan deze termijn éénmalig verlengd worden tot 31 december 2039.

BILLIJK HANDHAVINGSBELEID

Eén van de meest significante nieuwigheden in het tweede luik van het decreet, behelst de afhandeling van de handhavingsprocedures. Er wordt voortaan vertrokken van een “handhavingsplan”, waarin de strategische opties vastgelegd worden voor de handhavingsambtenaren op gewestelijk en gemeentelijk niveau.

Het wordt niet langer de praktijk om bouwmisdrijven eerst strafrechtelijk en nadien nog eens burgerlijk te vervolgen. Dit is nu slechts mogelijk na een advies van de Hoge Raad voor Handhavingsbeleid, de opvolger van de Hoge Raad voor Herstelbeleid.

Zoals de nieuwe naamgeving laat vermoeden, krijgt deze raad ook een veel grotere rol in heel het handhavingsbeleid. De raad zal daarbij onder meer toezien dat er bij herstelvorderingen redelijke termijnen worden gehanteerd en kan ook bemiddelen in het totstandkomen van een minnelijke schikking.

Naast de bestaande strafrechtelijke verjaring van een bouwmisdrijf na 5 jaar, worden nu ook éénduidig de termijnen vastgelegd waarbinnen een overheidsinstantie nog een herstel kan vorderen:

  • nultolerantie in ruimtelijk kwetsbaar gebied;
  • 5 jaar in woongebied, industrie en gebieden voor nuts- en gemeenschapvoorzieningen;
  • 10 jaar in openruimtegebieden, zoals landbouw.

Al deze termijnen beginnen te lopen vanaf het plegen van de overtreding, zodat binnen redelijke termijnen duidelijk wordt waar iemand aan toe is. De regels van de ruimtelijke ordening zullen tientallen jaren na de feiten niet meer kunnen ‘misbruikt’ worden voor hoogoplopende burenruzies.


ONDERSTEUNING VAN DE (LOKALE) BESTUREN

Naast de wijzigingen die een rechtstreekse impact hebben op de burgers, zijn er in het nieuwe decreet ook tal van maatregelen opgenomen die een vereenvoudiging nastreven voor de overheden in het algemeen en de gemeenten in het bijzonder.

2 voorbeelden:

  1. Aanpassing structuurplannen: Het beleid wordt vaak geconfronteerd met situaties waarbij belangrijke ruimtelijke projecten niet tijdig gerealiseerd kunnen worden omwille van een onverenigbaarheid tussen een uitvoeringsplan en het al bestaande structuurplan. Het ontwerpdecreet voorziet een geïntegreerde plannings- en uitvoeringsprocedure, waarbij de aanpassing van (het bindend en mogelijk ook het richtinggevend gedeelte van) het structuurplan en de opmaak van een uitvoeringsplan gelijktijdig worden doorgevoerd.
  2. Een andere vernieuwing biedt aan de aangrenzende gemeenten de mogelijkheid één gezamenlijk ruimtelijk structuurplan op te maken en/of om één of meer gezamenlijke stedenbouwkundige ambtenaren aan te stellen.
  • Voor meer informatie over het nieuwe decreet kan u terecht op de website www.ruimtelijkeordening.be.
  • Klik hier indien u rechtstreeks naar de betreffende pagina over het decreet wil gaan.

Tags: